Israël, de Olijfboom!

Wie ben jij?

Inleiding

Wie ben jij? Is een vraag die iemand zomaar aan u kan stellen.

Wie bent jij en waar kom jij vandaan? wat is je achtergrond.

Op deze vraag kunnen veel antwoorden op gegeven worden.

Mijn eigen ervaring is, dat de meeste Nederlanders niet weten wie ze in werkelijkheid zijn, wat is hun oorsprong, wat is hun achtergrond want helaas kennen velen niet echt hun vaderlandsgeschiedenis.

Ook christenen weten niet wie zij in werkelijkheid zijn.

Natuurlijk denken zij dat ze goed door hun predikanten zijn ingelicht.

Maar als deze informatie naast de Bijbel zal leggen komt men al snel achter dat dit niet parallel loopt met Mozes, profeten en de Psalmen.

Daarom is belangrijk om deze vraag ook aan u luisteraars te stellen; Wie ben jij?

Ik hoop dat ik met de hulp van de Heilige Geest van God u een antwoord te geven op deze zo op het oog lijkende gemakkelijke vraag, die later moeilijk blijkt te beantwoorden.

Ik ga voor u proberen toch een duidelijk antwoord te geven vanuit Mozes, Profeten en de Psalmen en uit de lering van onze Here Jezus en Zijn apostelen het goede antwoord te geven; en daarom begin ik met de evangelist Mattheüs.

Mattheüs:”“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker.”

Israël het volk van God is nog steeds de verborgen schat in de akker die de Here Jezus heeft gevonden en dit volk met Zijn Leven en kostbaar bloed heeft vrijgekocht. Maar weinig Christenen hebben deze tekst begrepen, daarom is het goed ons zelf de vraag te stellen: “wie is een Israëliet?” Het antwoord op deze vraag kan u op een van de grootste ontdekkingsreizen van uw leven nemen.

Aanvankelijk zal de vraag voor u misschien onbelangrijk lijken. U mag er één zijn van een groep gelovigen die zegt:“Wat maakt het uit of ik een Israëliet ben of niet?” U zult misschien verbaast zijn om te horen dat niet veel mensen in de wereld, ingesloten de meeste predikanten, die u geen eerlijk en betrouwbaar antwoord op deze vraag kunnen geven?

Kan ik u misschien uitdagen, om te weten te komen, dat de Schepper van de hemel en aarde het graag wil dat u een antwoord zal krijgen? Mensen, er is een schat die het waard is om gevonden te worden. Er is een antwoord op de vraag,“Wie is een Israëliet?” Neem de tijd om te zoeken, dan gaat u op één van de grootste ontdekkingsreizen van uw leven.

Het zal u misschien verbazen dat de Here Jezus Christus naar de aarde gekomen is om naar een verborgen schat te gaan zoeken? Weet u dat Hij die schat gevonden heeft en deze met Zijn eigen leven betaald heeft? Hoe ongelofelijk dit ook mag klinken, Jezus Christus is naar deze wereld gekomen om die verborgen schat te zoeken. Hij heeft deze verborgen schat gevonden, en deze met Zijn eigen kostbaar bloed gekocht. Hij heeft de akker gekocht en daarin de schat opnieuw verborgen zodat Hij die verborgen schat kon opeisen. Hij is niet voor de akker gestorven of de wereld, maar voor de verborgen schat die daarin verborgen was. Hij heeft met recht gezegd:”Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.

Die verborgen schat in de akker, met die kostbare parel is niemand anders dan het volk Israël.

Mattheüs 13:44-45:“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker. Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die.”

Wie is Israël? Zij zijn die verborgen schat in de akker, de kostbare parel. De naam Israël komt 2290 keer in de Bijbel voor en God heeft 186 keer gezegd dat Hij de God van Israël is! En wat ook belangrijk is om te weten dat de naam Israël niet synoniem is aan de naam Jood.

Joden zij geen Israëlieten

Alle waarachtige Judeërs zijn Israëlieten en zijn afkomstig van de stam Juda. In Openbaring 1:9 en 3:9 lezen wij van diegenen die voorgeven om Judeërs te zijn bedreigers zijn. Al de twaalf stammen van Israël dus al de twaalf zonen van Jakob zijn Israëlieten. Slecht diegenen die van Juda (de vierde zoon van Jakob en Lea) afstammen kunnen correct Judeërs genoemd worden. Het woord of naam Jood (Yee-hoo-dee) komt slechts tien keer voor in het gehele Oude Testament. Acht van de tien keer komt dit voor in het boek Ester.

Het woord Jood komt voor de eerste maal voor in Ester 2:5, ongeveer 518 v.Chr. Abraham is ongeveer 1921 v.Chr. geroepen uit Ur der Chaldeeërs, dat is duizend jaar voordat het woord Jood gebruikt werd. Bedenk wel: behalve in het boek Ester, komt het woord jood nog tweemaal voor in het gehele Oude Testament!

Het woord Jood volgens Strongs Exhaustive Concordance betekend Yeh-hoo-dee, een afstammeling van Juda. Het woord Joden verschijnt slechts drie-en-zeventig keer in het hele Oude Testament, waarvan drie-en veertig maal in het boek Ester. Wanneer wij dus vragen wie is een Israëliet? Dan moet men bedenken dat dit een zeerbelangrijke vraag is, want Israëlieten zijn zeker geen Joden, alleen uit de stam Juda komen de echte Judeërs voort. De Tien stammen zijn nooit Joden geweest of zo genoemd. Het Oude Testament kan dus nooit een Joods boek genoemd worden. Verder is het woord Jood zeker geen synoniem. Dit zou onschriftuurlijk zijn.

De naam Jood was oorspronkelijk beperkt tot iemand die uit Juda kwam, of die stam die zijn naam draagt. Zeker kan er niet één uit de stam van Juda, een Jood genoemd worden. Met deze bepekte definitie, zal een Jood (zuivere afstamming van Juda) altijd een Israëliet zijn (die afstammelingen van Jakob-Israël zijn, de vader van de twaalf stammen van Israël), de mensen van de andere stammen, kunnen onder geen enkele omstandigheden, Joden genoemd worden.

Alle ware, Bijbelse gesertifiseerbare Joden (Judeërs) zijn Israëlieten, maar niet alle Israëlieten zijn Joden of Judeërs. Dit onderscheid is zeer belangrijk, omdat er veel lieden zijn die zich Joden noemen maar niet afstammen van Juda of huis van Israël, en komen niet voort uit de kleinzoon van Abraham Isaäk. 95% van de huidige Joden stammen niet af van de stam Juda, of huis van Israël, het zijn zelfs geen Hebreeërs!

Om een goed inzicht te krijgen in het huidige jodendom moet men het boek van de auteur Arthur Koestler, “The Thirteenh Tribe” lezen. Deze welbekende Joodse schrijver heeft ongelofelijk veel onderzoekswerk gedaan door de geschiedenis van de moderne Joden te onderzoeken vanaf het begin. Hij heeft ontdekt dat de moderne Joden niet van Abraham, Isaäk of Jakob afstammen.

Bijbels Getuigenis

Wie is een Israëliet? Deze vraag zal voor u meer betekenis krijgen als wij eerst een kort overzicht geven uit een menigte verzen die de Bijbel geeft. Het gewicht van een Bijbelse getuigenis is van grote betekenis en waarde, waar rekening mee moet worden gehouden als we willen weten wie een Israëliet is. De Bijbel is een brief of document van God aan Zijn volk Israël. Elke schrijver van de Bijbel was een Israëliet. De gehele Bijbel is aan, en voor Israël geschreven. De gehele Bijbel vanaf Genesis tot Openbaring, licht het focuspunt op Israël.

Als u een ware gelovige bent, en een volgeling van Jezus Christus, dan zal u zeker antwoord krijgen op de vraag “wie is een Israëliet?” Jezus was een Israëliet! Al de apostelen waren Israëlieten. Al de primaire personen in de Bijbel waren Israëlieten. Het is goed mogelijk dat u wat u nu leest zelf een Israëliet bent. Terwijl u hierover nadenkt leest dan aandachtig de volgende Schriftgedeelte die van Israël spreken.

Deuteronomium 4:37:“Omdat Hij uw vaderen heeft liefgehad en hun nakroost heeft uitverkoren, heeft Hij zelf u met zijn grote kracht uit Egypte geleid.”

Deuteronomium 7:6:“Want gij zijt een volk, dat de Here, uw God, heilig is; u heeft de Here, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn.”

Deuteronomium 14:2: “Want gij zijt een volk, dat de Here, uw God, heilig is, en u heeft de Here uitverkoren om Hem een eigen volk te zijn uit al de volken, die op de aardbodem wonen.

Deuteronomium 32:8-:“Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfenis toedeelde, toen Hij de mensenkinderen van elkander scheidde, heeft Hij de grenzen der volken vastgesteld naar het aantal der zonen van Israël. Want des Heren deel is zijn volk, Jakob het Hem toegemeten erfdeel.”

2 Samuel 7:24:“Gij hebt U uw volk Israël voor altijd bevestigd tot uw volk, en Gij, Here, waart hun tot een God.”

Psalm 135:4:“Want de Here heeft Zich Jakob verkoren, Israël tot zijn eigendom.”

Psalm 100:3:“Erkent, dat de Here God is; Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe, zijn volk, de schapen die Hij weidt.”

Jesaja 44:1:“Maar nu, hoor, o Jakob, mijn knecht, en Israël, die Ik verkoren heb.”

Jesaja 44:21:“Denk hieraan, Jakob; Israël, want gij zijt mijn knecht; Ik heb u geformeerd, gij zijt mijn knecht, Israël; gij wordt door Mij niet vergeten.”

Jesaja 45:4:“Ter wille van mijn knecht Jakob en van Israël, mijn uitverkorene, riep Ik u bij uw naam, gaf u een erenaam, hoewel gij Mij niet kendet.”

Jeremia 2:3:“O gij geslacht, verneem het woord des Heren: Ben Ik voor Israël een woestijn geworden of een land van dichte duisternis? Waarom zegt dan mijn volk: Wij zijn weggelopen, wij zullen niet meer tot U komen?

Jeremia 31:31:“Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal.”

Ezechiël 36:26:“Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven.”

Hosea 2:19:“Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming.”

Hosea 3:5:“Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de Here, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de Here en tot zijn heil, in de dagen der toekomst.”

Joël 3:16:“En de Here brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar de Here is een schuilplaats voor zijn volk en een veste voor de kinderen Israëls.

Amos 3:2:“U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken.”

Sefanja 3:10:“Te dien tijde zal Ik u doen komen, namelijk ten tijde dat Ik u verzamelen zal. Want Ik zal u stellen tot een naam en tot een lof onder alle volken der aarde, wanneer Ik voor uw ogen een keer zal gebracht hebben in uw lot, zegt de Here.”

Mattheüs 10:5-6:“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls.”

Mattheüs 15:24:“Hij echter antwoordde en zeide: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.

Mattheüs 19:28:“Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.”

Lucas 1:33:“En Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.

Lucas 1:54-55, 68:”Hij heeft Zich Israël, zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid, Geloofd zij de Here, de God van Israel, want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht.”

Johannes 10:11:”“Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen. (Israël).”

Johannes 10:26-28:”Maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Handelingen 5:31.

Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israel bekering en vergeving van zonden te schenken.

Handelingen 13:23:”Uit zijn geslacht (David) heeft God naar de belofte voor Israel de Heiland Jezus doen komen.”

Handelingen 26:6-7:“En nu sta ik voor het gerecht om mijn hoop op de belofte, die door God aan onze vaderen gedaan is; welke onze twaalf stammen, door voortdurend nacht en dag God te vereren, hopen te bereiken. Om deze hoop, o koning, word ik door Joden aangeklaagd.”

Romeinen 9:4-5:“Immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften; hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.

Romeinen 9:27:“En Jesaja roept over Israel uit: Al was het getal der kinderen Israëls als het zand der zee, het overschot zal behouden worden.”

Romeinen 11:1-2:“Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers zelf een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weet gij niet, wat het schriftwoord zegt in de geschiedenis van Elia, als hij Israel bij God aanklaagt.

Openbaring 7:4:“En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen Israëls.

Openbaring 21:12:“En zij had een grote en hoge muur en zij had twaalf poorten en op de poorten twaalf engelen, en namen op de poorten geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen der kinderen Israëls.”

Uit hierboven genoemde Schriftgedeelte en nog vele anderen is het duidelijk dat de vraag “Wie is Israël?” Niet een spel met woorden is. Dit is één van de belangrijkste vragen zijn die een zoeker naar Bijbelse waarheden zich zelf kan stellen. Nu wij een duidelijk getuigenis hebben gegeven van de belangrijkheid van het fysieke Israël beide in het Oude en Nieuw Testament. Daar wij nu naar een antwoord kunnen zoeken op de vraag Wie is Israël?

Miljoenen Christenen maken aanspraak dat zij het geestelijk Israël zijn. De overgrote meerderheid van predikanten en theologen geloven dit ook, zelfs de Kerkelijke wereld leert dat de ‘heidenen’ nu het geestelijk Israël zijn. Waarom maken zoveel ‘Christenen’ aanspraak op die status van een geestelijk Israël? Dit is ontstaat uit het feit dat de lezers van de Bijbel er achter kwamen dat al de Verbonden, Beloften en Waarborgen van de Levende God alleen aan Israël gegeven is.

Dit erfdeel van Israël is wederrechtelijk overgedragen aan de ‘Christelijke Kerk’. Predikanten hebben geprobeerd om het fysieke Israël uit een boek te schrappen die aan en voor hen is geschreven, en zo is het plan ontstaan om het fysieke Israël uit het Boek te halen, en hebben zij al de beloften en verbonden die in de Schrift aan het fysieke Israël is gericht worden overgeven aan de Christelijke Kerk. Om deze vervangingstheologie respectabel te maken verwijzen zij eenvoudig naar Christenen als het geestelijke Israël. Wat zij in werkelijk bedoelen is dat de Christelijke Kerk de plaats van het fysieke Israël heeft ingenomen.

Indien wij een antwoord op de vraag willen krijgen , “Wie is Israël?” Dan is het zeer duidelijk dat wij dit buiten de theologische dogma’s van de Kerk zullen moeten zoeken. De denominale Kerk is niet instaat om een gespecificeerde Israëliet te identificeren. Zij hebben eeuwen lang met de ontkenning van de realiteit van een fysiek Israël geleefd zodat zij eenvoudig niet in staat zijn om een Israëliet te identificeren. Men kan niet naar een theologische inrichting van het Christendom gaan om een antwoord te vinden op onze vraag”wie is Israël”. Het antwoord dat men wel krijgt is dat God nu een geestelijk Israël heeft, en als er nog een fysiek deel van Israël bestaat, dan wordt die door Jood vertegenwoordigd. En zij zeggen verder, God is in elk geval bezig met een universele Kerk. God heeft zijn plan voor Israël laten varen en deze vervangen door de Kerk.

De Kerk heeft de Bijbelse verhalen van een fysiek Israël zo door elkaar gemixt dat zij met een lege theologische dop zitten, zonder enige substantie. De onvoorwaarlijke Verbonden, Toezeggingen en Beloften van God is lafhartig aan de Christelijke Kerk overgedragen of geheel weggedaan. Een degelijk ontworpen vervangingstheologie heeft het grote Plan van God met zijn volk Israël totaal vervangen. Niemand denkt er aan dat hij naar zijn predikant kan gaan om een antwoord op zijn vraag te verkrijgen. Niemand kan ook de hoop koesteren om na het hedendaagse Zionisme te kijken, welke is ontstaan na het stichten van de Joodse staat Israël in 1948 om een ware Israëliet te kunnen identificeren. De overgrote meerderheid van al de Joden die vandaag in Palestina wonen, voldoen aan de vereiste van Openbaring 2:9 en 3:9 zij behoren niet tot de stam van Juda! De Joden die in de Zionistische Staat Palestina wonen zijn niet genetisch met Abraham, Isaäk en Jakob verbonden. De meeste moderne Joden zijn afstammelingen van de Chazaren. Een koninkrijk die binnen de grenzen van de Oude Sovjet Staat lag, de grenzen lagen tussen de Zwarte en Kaspische Zee.

Het zal zeer moeilijk zijn om nu een waarachtige Bijbelse Israëliet in Palestina te identificeren. Het bloed van de oude Hebreeuwse-Israëlieten vloeien niet in de aderen van de Ashkenazim Joden die nu in Palestina wonen. Een ieder die in het ware Israël binnen de grenzen van Palestina wonen, wil identificeren zal geweldig teleurgesteld worden.

Verloren geslachts registers

We worden behoorlijk gekortwiekt in ons onderzoek, want de geslachtsregisters die éénmaal door het fysieke Israël is bijgehouden zijn verloren gegaan. Toen miljoenen Israëlieten van het Noordelijk Koninkrijk van het Huis van Israël gevangen werden genomen door de Assyrische legers en verspreid in de landen van de Mede en de Perzen werd de familiegeschiedenis van deze Israëlieten grotendeels uitgewist. Sedert dien is er in de Bijbel geen geslachtsregisters van die Israëlieten beschikbaar. Er zijn geen onderzoek centra waarheen iemand kan gaan om de geslachtsregisters van het oude Israël te onderzoeken. Wat ik niet begrijp is, waarom wordt er op aarde door ‘de wetenschap’ alles onderzoekt behalve één belangrijk feit? Men onderzoek alle soorten zwarte volken, indianen, enz, maar niemand stelt er belang bij om zich aftevragen waar de blanken vandaan komen?

Waarheen kunnen we gaan op onze zoektocht naar de Israëlieten? Wat zal onze criteria moeten zijn om te bepalen wie is een Israëliet? Hoe kunnen wij vandaag het echte nageslacht van Abraham, Isaäk en Jakob op aarde nog te vinden? Laten wij bij Adam beginnen.

Genesis 5:1-2:“Dit is het geslachtsregister van Adam. Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen ‘mens’ ten dage, dat zij geschapen werden.”

Hier in Genesis 5 begint de oorsprong van de ‘mens.’Met als leidersfiguren: Adam, Set, Enos, Mahalael, Jered, Henoch, Mutuselach, Lamech en Noach. De levens van deze aardsvaders (allen Adamieten waar Israël uit is voortgekomen) dekt een kleine tweeduizend jaar van de chronologie. Na de vloed van Noach liep de lijn van het verbondszaad door Sem, Noach zoon. Genesis 11:10-32 en deze lijn dekt de volgende tien geslachten van het Aadamszaad die nu Semieten genoemd worden (het nageslacht van Sem) Dit worden de hoofdfiguren als het natuurlijke zaad waaruit het fysieke Israël zou ontstaan – de lijn loopt als volgt -Sem, Arpagsad, Selag, Heber, Peleg, Rehu, Nahor, Tera en Abraham. Herber was de eerste Hebreeër. Daarna werden de afstammelingen van Sem bekend als Hebreeërs – of zoals zij genoemd worden Semitische mensen. De namen Adamieten, Semieten en Hebreeërs wordt alleen gebruik om één en hetzelfde volk te beschrijven, dus die van de éérste mens, Adam afstammen.

Met Abraham (als gecertificeerde Adamietische/Semitische, Hebreeër) begint een nieuw hoofdstuk in onze zoektocht naar de Israëlieten. Abraham is de vader geworden van acht zonen. Hagar baarde Ismaël die de vader Arabische natiën is geworden. Saraï baarde Isaäk die de uitverkoren zaadlijn werd van het gecertificeerde, fysieke volk Israël.

Genesis 21:12:“Maar God zeide tot Abraham: Laat dit niet kwaad zijn in uw ogen, om de jongen en om uw slavin; in alles wat Sara tot u zegt, moet gij naar haar luisteren, want door Isaak zal men van uw nageslacht spreken.”

Hebreeërs 11:18a:“Hij, tot wie gezegd was: Door Isaäk zal men van nageslacht van u spreken.”

Abraham werd na Sara’s dood ook de vader van zes zonen bij Ketura geworden, maar het was alleen het nageslacht van Isaäk dat in aanmerking kwam van al de beloften die God aan Abraham gegeven heeft.

Romeinen 9:7-8:“En zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaäk zal men van nageslacht van u spreken. Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht.”

Het gecertificeerde zaad van het fysieke begint met Adam en wordt door de genen van de voorvaders voorgedragen die in Genesis 5 en Genesis 11 genoemd worden tot aan Abraham en zijn halfzuster Saraï. Abraham en Saraï als man en vrouw vertegenwoordigen de verenigde, gecertificeerde, zuiver zaad door wie God het fysieke Israël zal voortbrengen.

Jesaja 51:1-2:“Hoort naar Mij, gij die de gerechtigheid najaagt, gij die de Here zoekt. Aanschouwt de rots waaruit gij gehouwen zijt, en de holte van de put waaruit gij gegraven zijt; aanschouwt Abraham, uw vader, en Sara, die u baarde; want Ik riep hem als eenling en Ik zegende hem en vermenigvuldigde hem.”

Het is niets anders dan een groot wonderwerk van God het fysieke Israël uit Abraham en Saraï ’s lenden heeft laten voortkomen. Beide waren de leeftijd voor het verwekken en baren van kinderen al lang voorbij. In die zin kunnen we zeggen, dat het fysieke Israël een wondervolk is. Isaäk vertegenwoordigt meer dan alleenmaar het eerstgeboorterecht als zoon. Hij is het beloofde zaad dat God aan Abraham en Saraï had toegezegd. In Isaäk zou het zaad of nageslacht van het fysieke Israël beginnen en worden vermeerderd. De vrouw die de Here God voor Isaäk had uitgekozen was geen gewone vrouw. Totaal anders dan de gewoonte van de multiculture, veelrassige vermengers van die tijd. Abraham is voorzichtig te werk gegaan om een vrouw voor Isaäk uit te zoeken (Genesis 24). Rebekka werd niet gekozen omdat zij binnen de cultuur en geloof van Isaäk was, maar wat belangrijker was, zij had dezelfde genetische achtergrond als Isaäk.

Twintig jaar na Isaäk en Rebekka’s huwelijk (Genesis 25), baarde Rebekka een tweeling, Jakob en Ezau. Jakob werd op zijn beurt het uitverkoren instrument waardoor het toekomstige zaad zou vermenigvuldigen tot de twaalf stammen van Israël. Jakob is de vader geworden van twaalf zonen: Reuben, Simeon, Levi, Juda, Issakar, Zebulon, Jozef, Benjamin, Dan, Naftali, Gad en Aser. Deze twaalf zonen zijn uit verschillende moeders geboren (Lea en Rachel waren volbloed zusters en kinderen van Laban, de broer van Rebekka, Jakobs moeder. Silpa en Bilha waren ook zusters en dienstmeisjes uit het verbondszaad.

De naam Israël komt voor het eerst voor in Genesis 32:28 waar God met Jakob praat:”Toen zeide hij: Uw naam zal niet meer Jakob luiden, maar Israel, want gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht.

Deze naamsverandering wordt later in Genesis 35:10 bevestigd:”En God zeide tot hem: Gij heet Jakob; gij zult niet meer Jakob heten, maar Israel zal uw naam zijn. En Hij noemde hem Israel.

Israël het middelpunt van de Bijbel

De naam Israël heeft een geweldige betekenis in de verhouding en plan van God. Israël betekent een prins of volk dat heerst met God. Israël is de familie naam geworden van al Jakobs zonen, als ook het gehele nageslacht die uit de twaalf stammen zijn voortgekomen. Toen Jakob’s familie vermeerderden tot een machtig volk van drie miljoen, ten tijden van de Exodus waren zij collectief en nationaal bekend als de kinderen Israëls.

Vanaf het Boek Exodus, door geheel het Oude Testament zouden de kinderen en nageslacht Jakob/Israël bekend staan als de kinderen van Israël. Aan dit volk is de Bijbel geschreven. Het middelpunt van de gehele Bijbel is gericht op het fysieke Israël. Aan hen had de apostel Paulus zijn brieven gericht.

Romeinen 9:4-5:“Immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften; hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.”

Diegenen die bekend zijn met de Heilige Schrift beseffen welk een implicatie van deze proclamatie inhoudt. Wanneer wij die onderwerpen van aanneming, de heerlijkheden en de verbonden, wet, eredienst, en al de beloften en het leven van Jezus Christus bestuderen zullen wij gaan beseffen dat zij allen aan het fysiek Israël verbonden zijn, wat kan men nu nog meer zeggen? Het is een opsomming van de gehele Bijbel.Tenzij wij het fysieke Israël kunnen identificeren, zullen wij de Bijbel niet begrijpen. Ons persoonlijk geloof in de persoon van Jezus Christus zal ons zeker leiden naar een studie van Gods Woord, die op zijn beurt ons weer zal verzekeren en leiden tot de ontdekking van de identificatie van het fysieke Israël. Die mensen zijn de hoofdkarakters van de Bijbel, erfgenamen van de Verbonden, en de ontvangers van de zegeningen van God. Zij zijn tevens de uitvoerders van Gods opdrachten. Deze zijn de bezitters van de Bijbelse waarborgen. Het zaad waarop de zegeningen van God gevallen is.

Is het buitengewoon als iemand vraagt, Wie is Israël? Deze vraag neemt ons terug naar het verslag in het boek Genesis, waar dit genetische zaadbed van het fysieke Israël in het begin door hun God werd uitverkoren. Door alle eeuwen heen is deze uitverkiezing door een jaloerse, soevereine God bewaard. Dit is wat wij in de Heilige Schrift vinden opgeschreven, en is tevens de gezagsmaat van het voortbestaan van een fysiek Israël. Niemand kan het verhaal van het verslag in Genesis doorlezen en niet verbaast worden over de nauwgezetheid en zorg die de Here God aan deze uitverkiezing gaf aan de genetische programmering van deze teelwaarde waaruit het fysieke Israël zou voortkomen. Diegene die dit niet kan zien heeft de alle grootste waarheden van de Bijbel gemist.

Israël in de verstrooiing

Aan het einde van het Oude Testamentische verhaal was de oorspronkelijke meerderheid van Israël (al de twaalf stammen) in de verstrooiing onder de volken. De Noordelijke tien stammen van Israël zijn ongeveer in 721 n.Chr. geheel in gevangenschap weggevoerd naar de landen van de Mede en de Perzen.

2 Koningen 18:9-12:“In het vierde jaar van koning Hizkia dat is het zevende jaar van Hosea, de zoon van Ela, de koning van Israel trok Salmanassar, de koning van Assur, op tegen Samaria en sloeg het beleg ervoor. Men nam het in na verloop van drie jaren; in het zesde jaar van Hizkia (dat is het negende jaar van Hosea, de koning van Israel) werd Samaria ingenomen. De koning van Assur voerde Israel in ballingschap naar Assur en bracht hen naar Chalach, Chabor, de rivier van Gozan en de steden der Meden, omdat zij niet hadden geluisterd naar de Here, hun God, maar zijn verbond hadden overtreden: al wat Hij aan Mozes, de knecht des Heren, had geboden; zij hadden er niet naar geluisterd en het niet gedaan.”

Sommige Bijbelgeleerden hebben berekend dat er ongeveer 10 miljoen mensen in gevangenschap werden weggevoerd. Ook een groot deel van Juda (uit het zuidelijk koninkrijk) werden door de Assyrische legers in ballingschap weggevoerd.

2 Koningen 18:13:“In het veertiende jaar van koning Hizkia trok Sanherib, de koning van Assur op tegen alle versterkte steden van Juda en bezette ze.”

In 606-607 n.Chr. werd maar een zeer klein deel van Juda, Benjamin, Levi in gevangenschap naar Babel weggevoerd. De hoofdgroep van het Zuidelijke koninkrijk Juda was lang voor deze wegvoering met de andere Israëlieten van het Noordelijke koninkrijk verenigd en weggevoerd. De Assyriërs (de uitvoerders van Gods wraak) heeft deze beide hoofdgroepen naar het lande der Mede en Perzië gebracht. Vanuit dit nieuwe thuisland zouden later de miljoenen Israëlieten zich op weg in Noordwestelijke richting begeven en zo trokken zij dan over de Kaukasische gebergten en over de vlakte van Rusland, naar Noordwest Europa, Scandinavië en de Britse eilanden.

Het is maar een klein overblijfsel van het koninkrijk Juda die na zeventig jaar uit Babylon terugkeerde om de tempel en de muren van Jeruzalem te herbouwen. Minder dan 50.00 mensen, uit de stammen van Juda, Benjamin, en Levi zijn uit hun ballingschap naar Jeruzalem teruggekeerd.

Ezra 2:64-65:“De gehele gemeente tezamen was tweeenveertigduizend driehonderd zestig, afgezien van hun slaven en slavinnen, van welke er zevenduizend driehonderd zevenendertig waren; zangers en zangeressen hadden zij tweehonderd.

In ons zoeken naar het antwoord op de vraag, Wie is Israël? Is het zeer belangrijk om sommige geschiedkundige inlichtingen op de graven waaruit de migraties van de twaalf stammen uit hun thuisland zullen demonstreren. Deze miljoenen Israëlieten zijn nooit naar Palestina teruggekeerd. Zij zijn tussen de volken verstrooid, en Petrus en Jakobus adresseren hun brieven aan deze verstrooide Israëlieten.

Jakobus 1:1:“Jakobus, een dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.”

1 Petrus 1:1:“Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia en Bitynie.”

Elke brief van hen getuigt daarvan. Jezus Christus zelf getuigd dat Hij nog andere schapen heeft die toen niet bij Hem aanwezig waren in Judea.

Johannes 10:16:“Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden een kudde, een herder.”

Wie zijn deze schapen? Dit zijn dezelfde mensen de twaalfstammen die Jakobus en Petrus in het vizier had. In het begin van de Christelijke tijdperk geeft Johannes in zijn evangelieverhaal een bevestiging van het bestaan van deze Israëlieten in de verstrooiing

Johannes 7:35:“De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal deze heengaan, dat wij Hem niet zullen kunnen vinden? Hij is toch niet van plan naar de Griekse verstrooiing te gaan en de Grieken te leren?”

De mensen in de Grieken verstrooiing, waren hoofdzakelijk Israëlieten van het Zuidelijke koninkrijk (Juda, Benjamin en Levi) De natiën of heidenen waren de Israëlieten in de verstrooiing die afgesneden waren of vervreemd geraakt van het burgerschap van Israël, gescheiden van de verbonden, uitgebannen uit de tegenwoordigheid van God en wisten niet meer wie ze waren.

Efeze 2:12:“Dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.”

Het is goed om in dit verband te kijken naar Hosea 1:10 om een bevestiging te krijgen van de profeet die voorspelde dat Israël (het verloren huis van Israël) opnieuw kinderen van God zouden worden.

Hosea 1:10:“Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet, zullen zij genoemd worden kinderen van de levende God.”

Ook de apostel Paulus bevestigd de profeten als hij schrijft aan de heilige te Rome dat zij geen heidenen zijn maar de verloste kinderen van Hosea 1:10. Kijk wat Paulus schrijft.

Romeinen 9:24-26:“En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen, gelijk Hij ook bij Hosea zegt: Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn-volk, en de niet-geliefde: geliefde. En het zal geschieden ter plaatse, waar tot hen gezegd was: gij zijt mijn volk niet, daar zullen zij genoemd worden: zonen van de levende God.”

Paulus toont aan dat er een nieuwe verbintenis is tussen de afgesneden Israëlieten van het Noordelijke Koninkrijk (tien stammen) die kennis heeft genomen van Jezus Christus.

Wanneer wij Romeinen 11 voorzichtig bestuderen zal dit bevestigen dat de wilde Olijfboom (heidenen die op een natuurlijke olijfboom ingeënt worden) de waarheid Israël is dat zij in de verstrooiing zijn.

Paulus brengt het Huis van Israël (beide de natuurlijke olijftakken (koninkrijk van Juda) en de wilde olijftakken takken (het Noordelijk Koninkrijk) in een Lichaam bij elkaar, het Lichaam van Jezus Christus. Daarom kan Paulus met recht zeggen:

Romeinen 11:26:“En aldus zal gans Israel behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.

De Heidenen van het Nieuwe Testament waren dus die miljoenen Israëlieten die reeds zevenhonderd jaar van de tevoren afgesneden waren door de Assyrische koning die hen in ballingschap weggevoerd heeft. Dit wordt door Petrus bevestigd.

1 Petrus 2:9-10:“Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.”

Dit is een parafrase van Exodus 19:5:”Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.

Dit gedeelte uit Exodus 19 en 1 Petrus is aan hetzelfde volk verbonden, namelijk de Israëlieten in de verstrooiing. Deze mensen worden heidenen genoemd in het Nieuwe Testament en dit zijn die mensen die een oor hebben om naar Jezus Christus te luisteren en Hem belijden als hun Verlosser en Meester.

Maar dit was niet alles. Ga terug naar 1 Petrus 2:10 en lees verder: “U, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.” Ontdekt u de boodschap! Maakt de Heilige Geest dit voor u open? Kunt u zien hoe dat het Koninkrijk van Israël (tien stammen) in Hosea verbonden worden met de mensen van die Petrus schrijft in zijn brief?

Wij kunnen samen met Paulus zeggen:

Romeinen 11:1-5:“Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers zelf een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weet gij niet, wat het schriftwoord zegt in de geschiedenis van Elia, als hij Israel bij God aanklaagt: Here, uw profeten hebben zij gedood, uw altaren hebben zij omvergehaald; ik ben alleen overgebleven en mij staan zij naar het leven. Maar wat zegt de godsspraak tot hem? Ik heb Mij zevenduizend man doen overblijven, die hun knie voor Baal niet hebben gebogen. Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel gelaten naar de verkiezing der genade.”

Historische sporen

Wij moeten de historische sporen van de Tien Stammen niet uit het oog verliezen na hun ballingschap en verstrooiing onder de hand van de Assyrische koningen. In het boek 4 Ezra hoofdstuk 13:39-45, staat interessante inlichtingen met betrekking tot de tien stammen van Israël.

En dat gij gezien hebt, dat hij een andere vreedzame menigte tot zich vergaderd heeft; Deze zijn de tien stammen, die uit hun land gevangen zijn genomen in de dagen van de koning Hosea, die Salmanasser de koning der Assyriërs gevankelijk weggevoerd heeft, en heeft hen over de rivier gevoerd, en zij zijn overgebracht in een ander land. Doch zij besloten, dat zij de menigte der heidenen zouden verlaten, en in een verder land vertrekken, waar geen menselijk geslacht ooit tevoren gewoond had. Daar wilden zij hun rechten onderhouden, die zij in hun land niet gehouden hadden. Zij zijn dan daarin getogen door de enge ingangen van de rivier Eufraat. Want de Allerhoogste deed hun toen tekenen, en hield de aderen der rivier op, totdat zij daarover gegaan zijn. Want door dat land was een weg van een lange reis van anderhalf jaar, daarom wordt die landstreek Assareth genoemd.”

In dit historische gedeelte uit 4 Ezra 4:39-45. Zien we hoe de Tien Stammen van Israël over de Kaukasische gebergten gemigreerd naar de vlakte van Rusland, Noorwegen West-Europa, De Britse Eilanden en uiteindelijk naar Amerika,Canada, Australië. Nieuw Zeeland, Zuid-Afrika en andere plaatsen.

In de eerste eeuwen van de Christelijke jaar telling waren deze volken van Europa de letterlijke kinderen van de verloren tien stammen van Israël die ongeveer zevenhonderd jaar tevoren uit hun land Kanaän verdreven waren, en naar de landen van de Meden en de Perzen gedeporteerd werden door de Assyrische koningen.

Flavius Josephus, een bekende Joodse geschiedkundige die in de eerst eeuw leefde en een tijdgenoot was van de meeste apostelen bevestigt het bestaan van de tien stammen van Israël in de volgende woorden:”Er zijn maar twee stammen (van Israël) in Azië en Europa die aan Rome onderworpen zijn, terwijl de tien stammen aan de andere kant van de Eufraat zijn tot aan deze dag, een grote menigte.” (Antiquiteit of the Jews Book XI, Chapter V, de verzen 2, p, 243).

U moet niet verbaasd zijn dat Israël van het Noordelijke koninkrijk, verloren geraakt is nadat zij uit hun land verwijderd zijn. 1 Koningen 14:15 is een profetie die aankondigen dat Israël verstrooit zal worden aan de andere kant van de Eufraat: “Dan zal de Here Israel slaan, zodat het wiegelt als riet in het water en Hij zal Israel wegrukken van deze goede grond die Hij hun vaderen gegeven heeft, en Hij zal hen aan de overzijde van de Rivier verstrooien, omdat zij hun gewijde palen gemaakt, en daardoor de Here gekrenkt hebben.

Israël is mettertijd uit hun land ontworteld, en miljoenen van hen zijn naar het Assyrische Rijk overgeplaatst, na Chalach en Chabor bij de rivier Gozan en in de verschillende steden van Medië.

2 Koningen 18:11:“De koning van Assur voerde Israel in ballingschap naar Assur en bracht hen naar Chalach, Chabor, de rivier van Gozan en de steden der Meden.”

Miljoenen mensen die een unieke Israël cultuur, taal, ras en godsdienst delen, lossen niet zo maar op in de lucht. Deze grote menigte van mensen, die men in miljoenen kon tellen, zijn in massa’s over het Kaukasische gebergte getrokken en begonnen aan een lange tocht, west en noordwaarts naar Europa, naar de landen die al eerder zijn genoemd.

Men moet niet vergeten dat de naam Kaukasiër synoniem wordt met die van het blanke ras, omdat de Kaukasische gebergte die gelegen waren (tussen de Zwarte en Kaspische zee), de plaats was waar zij zijn ontstaan. Daar werd het Angelsaksische ras opgespoord. Sharon Turner, een welbekend historicus heeft in zijn gezagwekkend boek “The History of the Anglo Saxons” laten zien hoe hij de Anglo Saksers in deze Kaukasische Gebergten heeft terug gevonden. Het eerste deel van dit boek werd reeds in 1799 en 1805 gepubliceerd..

Het is interessant om te zien wat de Jewisch Encyclopedia te zeggen heeft over de verloren stammen van Israël: “De verloren tien stammen”….als de tien stammen verdwenen zijn, zal de letterlijke vervulling van de profetieën onmogelijk worden; als zij niet verdwenen zijn, moeten zij onder andere namen bekend staan…”

Lezer onderstreep a.u.b. de belangrijkheid van de behoefte, dat de tien stammen van Israël wel moeten bestaan, zodat de Bijbelse profetieën vervuld kunnen worden. Als Israël niet meer bestaat, zullen de profeten en die God die hem heeft geïnspireerd in schaamte moeten blozen.

De Tien Stammen waren altijd met grote geheimzinnigheid omhult. Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe het kan, dat er miljoenen mensen zijn zoekgeraakt in de geschiedenis? Kijk eens naar de volgende getuigen uit de Jewish Chronicle van 2 mei 1879. Dit is een verklaring naar aanleiding van wat Josephus te zeggen heeft gehad over de verloren tien stammen van Israël:

Er was altijd onwil om te erkennen dat het lot van zoveel natiën is overkomen ook de Tien Stammen heeft getroffen. Waarom zouden zij minder overlevingskracht hebben dan hun broeders van Juda? Nee, de Schrift spreekt van een toekomstig herstel van Israël, die zeer duidelijk beide insluit Juda zowel als Efraïm. Het probleem, is echter eenvoudig. De Tien Stammen bestaan nog steeds. Al wat gedaan moet worden is om uit te zoeken door welke groep mensen zij nu vertegenwoordigd worden.”

De heilige Schrift vereist het bestaan van een fysiek Israël en tevens haar fysieke herstel. Zij zijn waarachtig de verloren schat in de wereld waarvoor Jezus met zijn eigen leven heeft betaald. Zo’n belangrijke zaak kan niet overgeslagen worden. Wij moeten deze mensen identificeren, want de gehele Bijbel is voor en aan hen geschreven. Zij zijn het toekomstige Koninkrijksvolk van God op aarde. Hun positieve identificatie is een sleutel tot ons begrip van de gehele Schrift.

———oOo———

Hoofdstuk 2

Het ware Israël zal naar hun Losser, Jezus de Gezalfde Koning van Israël getrokken worden

Jesaja 52:7:“Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.

Alle waarachtige Israëlieten bezitten zeker algemene kenmerken, zoals bijvoorbeeld dezelfde rascomponenten. Alle Israëlieten zijn Kaukasiërs, wat betekent dat zij allen Adamieten zijn.

Genesis 1:26-27:“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

Genesis 2:7:“Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.

Genesis 2:21-24:“Toen deed de Here God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees. En de Here God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot een vlees zijn.”

Genesis 5:1-2:“Dit is het geslachtsregister van Adam. Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen ‘mens’ ten dage, dat zij geschapen werden.”

Zij allen kunnen worden opgespoord uit het nageslacht van Sem (Semitische mensen) en Heber (Hebreeërs). Eén zaadlijn van het Adamietische ras heeft het Israël ras voortgebracht namelijk: de zaadlijn van Abraham, Isaäk en Jakob-Israël. Uit deze zaadlijn komen alle rasechte en ware Israëlieten voort. Elke Israëliet moet zonder uitzondering ook een Kaukasiër of Anglo-Sakser zijn!

Binnen deze rassensamenstelling mag de Israëliet variëren van een uitzonderlijk blanke huid, blauwen ogen en blonde haren tot een effen donkere huid. De ogen kunnen variëren van blauw, grijs, groen, tot bruin met een haarkleur die blond, rood, lichtbruin, bruin of soms zwart kan zijn, In hun schedelstructuur, neigen alle Israëlieten naar de doligokefale, m.a.w. de langschedelige, omdat de meeste van hen van de Nordische vertakking van het Kaukasische afstammen. De natuurlijke schedelvorm van de ware Israëlieten zijn waar de voorhoofd in rechte lijn zijn met de kin. Het uiterlijk van een “wolvengezicht” worden in Hollywood gebruik om de typische jood aan te duiden, maar deze missen zeer duidelijk de Israël kenmerken en het Kaukasische uiterlijk.

Deze Kaukasiërs zijn verantwoordelijk voor de opbouw van alle grote natiën en beschavingen die ooit bestaan hebben. Dit ras kan men in drie hoofdgroepen verdelen namelijk in: de Nordische, Mediterrane en Alpynse. Alle Kaukasiërs komen voort uit het ras van Noach en zijn drie zonen Sem (Nordisch), Gam (Mediterrane), en Jafet (Apyne). De Israël stam komt vanaf Sem door de Nordische lijn.

Een blanke huid alleen kan geen aanleiding zijn om zich een Israëliet te noemen. Alle Adamieten, en daar zijn er miljoenen van, zijn blank. Oog kleur, haarkleur, gezichtsvorm, neus, oren enz., staan ons niet toe om hen als Israëliet te identificeren. Wij moeten uiterst voorzichtig zijn bij het beoordelen of iemand een Israëliet is op basis van hun raskenmerken. Er zijn zeer velen Adamieten die niet voortkomen uit de lijn van, Abraham, Isaäk en Jakob.

Geestelijke kenmerken

Geloof het of niet al de onderscheidende kenmerken die bepalen welke Kaukasiër Israëliet maakt zijn geestelijk van aard. Deze feiten plaatst een grote verantwoordelijkheid op elke gelovige om extra voorzichtig te zijn om te oordelen over iemands geslachtsregister. Wanneer iemand als Kaukasiër geïdentificeerd is, is het voor de hand liggend dat wij moeten kijken naar de geestelijke kenmerken die een ware Israëliet identificeren. Wat zijn nu die geestelijke aanwijzingen? Er zijn drie geestelijke kenmerken-kwaliteiten die de ware Israëliet doet onderscheiden van de Adamietische schepping in het algemeen.

De eerste geestelijke kenmerk van een Israëliet is, een sterke behoefte om verbonden te worden met de God van Abraham, Isaäk en Jakob-Israël. De ware Israëliet heeft een dringende behoefte aan geestelijke vervulling. Zij zijn op zoek naar de waarachtige en eeuwige God van hun vaderen, Abraham, Isaäk en Jakob-Israël. Zij kunnen nooit bevrediging vinden in het zoeken naar kennis, rijkdom en materiele zaken, in plezier en genot van deze wereld, en in de begeerte van het vlees. Ware Israëlieten moeten een verhouding en gemeenschap beleven met hun God. Zonder een gevoel van geestelijke vervulling is de ware Israëliet zoals wolken zonder water. Een schip zonder een roer, een vliegtuig zonder koers.

Deze intense behoefte aan gemeenschap met God is zeer duidelijk zichtbaar onder alle rasechte Israëlieten. Deze behoeften om met God te communiceren is begonnen bij hun vader Abraham, het begin van het Israël-ras, vanaf de jongste dag af is er een diepe verhouding met God ontstaan. Toen Abraham zijn tent tussen Bethel en Ali opgeslagen heeft en hij daar een altaar bouwde.

Jesaja 51:1-2:“Hoort naar Mij, gij die de gerechtigheid najaagt, gij die de Here zoekt. Aanschouwt de rots waaruit gij gehouwen zijt, en de holte van de put waaruit gij gegraven zijt; aanschouwt Abraham, uw vader, en Sara, die u baarde; want Ik riep hem als eenling en Ik zegende hem en vermenigvuldigde hem.”

Afstammelingen van Isaäk

Rasechte Israëlieten zijn allemaal afstammelingen van Abraham door zijn zoon Isaäk. Isaäk was het beloofde zaad en kenmerk en het wonderbaarlijke begin van de zaadlijn waaruit God Zijn volk Israël zou voorbrengen. God heeft Zijn verbond van redding met Isaäk en zijn nageslacht gemaakt.

Genesis 17:21:“Maar mijn verbond zal Ik oprichten met Isaak, die Sara u op deze zelfde tijd in het volgend jaar baren zal.”

Dit is tevens de rede waarom de Schrift het zeer duidelijk stelt dat God het nageslacht van Isaäk zal roepen om Zijn verbondsvolk te zijn.

Genesis 21:12:“Maar God zeide tot Abraham: Laat dit niet kwaad zijn in uw ogen, om de jongen en om uw slavin; in alles wat Sara tot u zegt, moet gij naar haar luisteren, want door Isaak zal men van uw nageslacht spreken.”

Romeinen 9:7:“En zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken.

Hebreeërs 11:18:“Hij, tot wie gezegd was: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken.”

De Schrift is zeer goed op de hoogte met het nageslacht van Isaäk

Romeinen 9:8:“Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht.”

Van al Abrahams kinderen wordt alleen Isaäks nageslacht erkent als kinderen der beloften. God heeft de erfgenamen van zaligheid uit Isaäks nageslacht geroepen:

Psalm 77:15:“Gij hebt uw volk met machtige arm verlost, de zonen van Jakob en Jozef. sela.”

Psalm 135:4:“Want de Here heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot zijn eigendom.”

De Here zelf verklaard dat Hij de God van al het nageslacht

van Israël zal zijn.

Jeremia 31:1:“Te dien tijde, luidt het woord des Heren, zal Ik voor alle geslachten van Israel tot een God zijn en zullen zij Mij tot een volk zijn.

2 Samuel 7:24:“Gij hebt U uw volk Israel voor altijd bevestigd tot uw volk, en Gij, Here, waart hun tot een God.

Toen de enige, ware Levende God Zichzelf aan Mozes openbaarde bij de brandende Braambos heeft Hij zichzelf geïdentificeerd als de God van maar één volk op aarde:

Exodus 3:6:“Voorts zeide Hij: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. Toen verborg Mozes zijn gelaat, want hij vreesde God te aanschouwen.

Genesis 28:13:“En zie, de Here stond bovenaan en zeide: Ik ben de Here, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven.”

En wat zegt Exodus 3:15-16 over de speciale verhouding tussen God en Israël?

Voorts zeide God tot Mozes: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: De Here, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, heeft mij tot u gezonden; dit is mijn naam voor eeuwig en zo wil Ik aangeroepen worden van geslacht tot geslacht. Ga heen, vergader de oudsten van Israel en zeg tot hen: De Here, de God uwer vaderen, de God van Abraham, Isaak en Jakob is mij verschenen en heeft gezegd: Ik heb terdege acht geslagen op u en op wat u in Egypte wordt aangedaan.

Israëls God is niet de God van alle Rassen

Exodus 6:3-4:“Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met mijn naam Here ben Ik hun niet bekend geweest. Niet alleen heb Ik mijn verbond met hen opgericht om hun het land Kanaän te geven, het land hunner vreemdelingschap, waar zij als vreemdelingen vertoefd hebben.”

Hier bevestigd de Schepper Zichzelf eerst aan de aartsvaders als God Almachtige (El-Shaddai), en toen als Jahweh. Die God die een verbondsverhouding heeft met Zijn mensen.

Exodus 6:2-3:“Voorts sprak God tot Mozes en zeide tot hem: Ik ben de Here. Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met mijn naam Here ben Ik hun niet bekend geweest.”

Let op: Op geen enkele plaats in de Bijbel, noemt Jahweh Zichzelf de God van alle rassen op aarde. Jezus Christus heeft van zichzelf het volgende gezegd:

Mattheüs 15:24:“Hij echter antwoordde en zeide: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.”

En verder zegt Hij tegen de joden in:

Johannes 10:26:“Maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort.”

Hiermee is de fabel uit de wereld geholpen dat de joden Gods volk zijn, want Jezus zegt dan ook zeer duidelijk;

Johannes 10:27:“Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.”

De eerste vereiste van een Israëliet moet zijn dat deze beschikt over geestelijke oren, om Gods Woord te kunnen horen en te verstaan. Hij moet een oprechte overtuiging en geloof hebben wanneer hij het Woord van God hoort. Op een of ander stadium in hun leven zal de ware, echte Israël een begeerte hebben om met de ware God door een geestelijke geboorte verbonden te worden. Velen van hen zal de hulp van prediking nodig hebben.

1 Korinthiërs 1:18, 21:“Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods….Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen die geloven.”

Romeinen 10:14-15:“Toe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen.”

Romeinen 10:17:“Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus.

God heeft bepaald dat prediking het middel moet zijn waardoor Israël geroepen moet worden tot gemeenschap met God de Vader, door geloof in Jezus Christus. De profeet Jeremia praat van de gezondenen die het Evangelie aan het verloren Israël zal verkondigen:“Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.”

God heeft bepaald dat Israël onder de Adamieten van elk geslacht het Evangelie van het Koninkrijk moet laten horen. Prediking is het middel die God verordineerd heeft waardoor de erfgenamen van de zaligheid moeten horen en geloven.

Want allen die verordineert zijn tot zaligheid, zal van het eeuwigleven horen en geloven.

Handelingen 13:48:“Toen nu de volken dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord des Heren; en allen, die bestemd waren ten eeuwige leven, kwamen tot geloof.”

Waarom richt het Evangelie zich niet op het zaad van de slang? Hoe komt het toch dat zendelingen blijven proberen om van bokken schapen te maken? Is de verwerping van het slangenzaad door Jezus niet duidelijk genoeg, dat zij niet uitgekozen zijn tot het eeuwige leven? De Schrift is op dit gebied zeer helder en duidelijk, niemand kan de Vader kennen dan door Jezus Christus:

Johannes 14:6:“Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.”

Johannes 10:9:“Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.”

Alle uitverkoren zullen het horen.

Efeze 1:4:“Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde.”

2 Timotheüs 1:9:“Die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is voor eeuwige tijden.”

Let op: het gaat altijd om de uitverkiezing van één volk – Israël. :

1 Kronieken16:13:“Gij nakroost van Israel, zijn knecht, gij kinderen van Jakob, zijn uitverkorenen.”

1 Petrus 2:9:

Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht.”

Johannes 6:37.

Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”

En niemand kan deze trekkracht van de Vader weerstaan. God de Vader trekt de Israëlieten door de Heilige Geest naar Zijn Zoon Jezus de Gezalfde koning van Israël:

Filippenzen 2:13:“Want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.

De onweerstaanbare trekkracht van de Heilige Geest, zal die uitverkiezing van de Vader effectief maken. Een ieder die uitverkoren is tot redding, en eeuwig leven, zal komen tot die kennis van de waarheid:

Handelingen 2:47:“En zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.

De Redding is alleen in Jezus de Gezalfde Koning van Israël

Niemand kan vanzelf gered worden in Jezus Christus:

Romeinen 9:16:“Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt.”

In die waarheid zullen allen door de Vader naar Jezus getrokken worden tot Zijn reddende genade, want niemand kan tot Hem komen, als de Vader hem niet heeft getrokken:

“Johannes 6:37:“Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

De Here God heeft in de uitverkiezing precies bepaald wie gered zal worden. Ten eerste heeft Hij een volk uitgekozen voor redding in Jezus Christus, onder al de volken op aarde. En uit dit volk kan er niemand gered worden als de Vader deze niet trekt. Het feit dat u gered bent, behoort u te laten opspringen van vreugde en dankbaarheid voor God. Hij heeft u getrokken en u heeft gereageerd door Jezus Christus als u eigen persoonlijke Zaligmaker te maken waarna de Heilige Geest u opnieuw geboren laten worden. Hoe wonderbaar moet dit zijn!

Romeinen 8:30:“En die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Ter bevestiging van deze uitverkiezing die God de Vader Zichzelf in Jezus heeft voorgenomen zegt Paulus het volgende:

Romeinen 11:2, 5:“God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weet gij niet, wat het schriftwoord zegt in de geschiedenis van Elia, als hij Israel bij God aanklaagt:….Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel gelaten naar de verkiezing der genade.

Wanneer wij naar dit Schriftgedeelte kijken die God absoluut oppermachtig maakt in de redding van zijn volk, en dit vergelijken met al de andere Schriftplaatsen, die aanduiden dat aan de mens een vrije keuze is gegeven, om voor of tegen God te kiezen, dan zullen wij tot de conclusie moeten komen dat God al de eer moet krijgen, voor al diegene die gered worden. Aan de andere kant, gaan de niet geredde verloren, omdat zij de oproep tot bekering en redding hebben verworpen. Het staat de mens vrij om Gods aantrekkingskracht door de Geest te verwerpen, maar dan wordt men uit hetBoek des Levens verwijderd.

Exodus 32:33:“Maar de Here zeide tot Mozes: Wie tegen Mij gezondigd heeft, zal Ik uit mijn boek delgen.

De Trekkracht van de Geest

Wanneer iemand uit het Adamietische Schepping de waarheid ontvangt en gered wordt, dan is dit omdat de onweerstaanbare kracht van de Heilige Geest hem of haar heeft geroepen om een voorwerp tot eer te zijn, als gevolg van de uitverkiezing van de Vader, God alleen opent het hart.

Romeinen 9:21:“Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik?

Handelingen 16:14:“En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd.”

Johannes 1:12-13“Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.”

Eén onderscheidend kenmerk van een ware Israëliet is dat hij bij een of ander punt in zijn leven, moet zoeken naar de connectie met God de Vader door een levend geloof in Jezus Christus. Deze connectie komt wanneer de onweerstaanbare kracht van de Heilige Geest, die van God de Vader en de Zoon komt. (Johannes 15:26), dat de Israëliet, zoals een mot naar een vlam wordt aangetrokken, na de reddende genade van Jezus Christus.

De begeerte om geestelijk met de Schepper verbonden te worden, is een verschijnsel die door het Oude en Nieuwe Testament loopt. Het primaire thema van de Schrift is de verborgenheid van Jezus Christus, die in een ander tijden bedekt was, en eindelijk geopenbaard is geworden bij de vleeswording, dood, opstanding en hemelvaart van Jezus Christus.

Efeziërs 3:2-5:“Gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven: dat mij door openbaring het geheimenis bekendgemaakt is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef. Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten.

Op de weg naar Emmaüs, heeft Jezus zeer duidelijk aangegeven dat Zijn leven en bediening door de Wet, de Profeten en de Psalmen uitgespeld wordt. Beginnende met Genesis 3:15 tot Zacharia 9:9 heeft de getuigenis van het Oude Testament Jezus Christus als middelpunt van alle Bijbelwaarheden gemaakt.

Genesis 3:15:“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.

Zacharia 9:9:Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnenjong.

Jezus in de Wet, Profeten en Psalmen

Romeinen 16:20:“De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden. De genade van onze Here Jezus zij met u!

In het Boek Exodus, is Jezus de geestelijke Rots die Israël in de woestijn gevolgd hebben.

1 Korinthiërs 10:4:“En allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus.”

In Leviticus, is Jezus het Lam van God die in al de offers wordt vertegenwoordigd – ingesloten het brandoffer, het spijsoffer voor de dankzegging, het zoenoffer voor de gemeenschap, het zondoffer en het schuldoffer. In Leviticus 16 wordt beklemtoond wiens bloed (dit zondeloze Lam) voor de verzoening van Israël wordt aangeboden. In Numeri, is Jezus de Ster uit Jakob en de Scepter die uit Israël te voorschijn zal komen (Numeri 24:17). In Deuteronomium 18 is het Jezus Christus de profeet die door Jahweh Elohim uit het midden van Zijn Volk Israël zal worden opgericht (18:5).

Alle Israëlieten moeten een diep besef bezitten voor een persoonlijke verhouding met Jezus de Gezalfde Koning van Israël. Israëlieten die zich meer met geslachtsregisters, geschiedenis boeken, de letter van de Wet en politiek bezig houden, zonder dan een dagelijkse verhouding met Jezus Christus door Zijn Woord en Geest, geeft hiermee een verkeerde vertolking aan hun ingeboren behoeften aan een geestelijke verbintenis met Hem.

Het gevolg is dat zij Israëlieten zijn, zonder heiligmaking, de vrucht van de Geest en een passie en liefde voor hun volksgenoten van Jahweh.

De hoop op de komst van de Messias in het oude Israël, loopt als een rode draad van waarheid vanaf Genesis tot bij de geboorte van Jezus Christus, de aangewezen Messias van Israël. De zalige hoop op de komst van die Messias wordt hoogaangeslagen in de Wet, de Profeten en de Psalmen. Een mens krijgt een zeer goede indruk wanneer hij de volgende prachtige woorden leest:

Lucas 1:46-55:“En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot de Here, en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat zijner dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is zijn naam, en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen. Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm, en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging huns harten verstrooid; Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd, hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Hij heeft Zich Israel, zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid.

Lucas 1:68-79:“Geloofd zij de Here, de God van Israel, want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht, en heeft ons een hoorn des heils opgericht, in het huis van David, zijn knecht, gelijk Hij gesproken heeft door de mond zijner heilige profeten van oudsher om ons te redden van onze vijanden en uit de hand van allen, die ons haten, om barmhartigheid te betonen aan onze vaderen en zijn heilig verbond te gedenken, de eed, die Hij zwoer aan Abraham, onze vader, dat Hij ons zou geven, zonder vreze, uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen. En gij, kind, zult een profeet des Allerhoogsten heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan zijn volk te geven kennis van heil in de vergeving hunner zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmede de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg des vredes.

Lucas 2:29-32:“Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord, want mijn ogen hebben uw heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor uw volk Israel.

Beide de Wet en de Profeten en zowel de Psalmen, bezitten een speciale plaats in de vervulling van de Messiaanse beloften in de persoon van Jezus Christus. Meer dan 700 jaar voor zijn geboorte heeft de profeet Jesaja zijn maagdelijke geboorten voorzegt (Jesaja 7:14), en verder profeteerde hij, dat een kind geboren zal worden op wiens schouders de heerschappij zal rusten. (Jesaja 9:6).

Jesaja, de profeet van zaligheid voor Gods volk, heeft in prachtige ongeëvenaarde taal, in vergelijking met de rest van al de Bijbelse geschriften de Komst van de Messias voorspelt, als de lijdende dienstknecht van God die Zijn volk komt verlossen (Jesaja 53). Jesaja is uiterst nauwkeurig om de komst van een Losser aan te tekenen die Zijn volk van hun zonde zal komen verlossen (Jesaja 44:21-22). Jesaja openbaard in nog veel andere Schriftplaatsen de redding van Israël door de komst van de Gezalfde, de Heilige van Israël, hun Koning.

De profeet Jeremia zegt dat er nieuwe dingen op de aarde gaan plaatsvinden:

Jeremia 31:22:“Hoelang zult gij aarzelen, o afkerige dochter? Want de Here schept iets nieuws op aarde: de vrouw zal de man omvangen.”

Dit verwijst naar de bevruchting van Jezus Christus als een man en mens in de maagd Maria. De Living Bible heeft een interessante vertaling van dit vers. Die zegt:”Israël will search for God.”

Niet alleen zal een maagd geboorte geven aan Israëls Losser, maar als gevolg van Zijn geboorte zal Israël het Evangelie aannemen, gelovige of Christenen worden, en hun God zoeken, dit kan van geen andere natie op aarde gezegd worden. De grote herleving van het verleden heeft onder dit volk plaatsgevonden. Het zijn zij die de Bijbel gedrukt en beschermt hebben. Het zijn zij die als Christen natiën bekent zijn geworden. Het zijn zij die hun God zoeken en gevonden hebben.

De woorden van de profeten zijn rijk aan voorspellingen aangaande de beloofde Messias. Zacharia 9:9 zegt: dat de Gezalfde van Israël op een ezel zal rijden als een overwinnaar. Zacharia 12:10, kijkt naar de kruisiging, en zegt dat zij zullen opzien naar diegenen die zij doorboord hebben. De profeet praat met een verenigde stem over de Messias die komen zal om Israël te verlossen en om de gevangenschap van Zijn volk te veranderen.

De Psalmen borduren voort op de komst van de Messias: Psalm 2, 8, 16, 22, 23, 24, 40, 41, 45, 68, 69, 72, 88, 102, 110, en 118 wordt de Messiaanse Psalm genoemd. Dit bevat de voorraadkamer en inlichtingen omtrent de beloofde Gezalfde. In elk van deze Psalmen wordt een ander aspect van Israëls Messias voorspelt. De Messiaanse psalmen worden door de Israëlieten gezongen en gebeden en toont hoe prachtig zij vooruitzien naar de lang verwachte Messias. Vandaag is het opnieuw Israël die liederen over de Messias maken en zingen. Duizenden liederen en gedichten en boeken zijn er al over Hem door Israël geschreven en gecomponeerd. De jood heeft hier geen enkel aandeel in gehad, dan dat zij Hem hebben vervloekt. Konden onze mensen maar inzien dat zij niet het ware Israël zijn, en hoe zij de profetische woorden van de profeten vervult hebben?

Psalm 22 is een ontroerend toneel van Zijn dood door kruisiging: bene uit het lid (vers 15); het hart die geaffecteerd is (ver 16); fysiek kracht die gedaan is geweldige dorst (vers 16); handen en voeten doorgraven (vers 17); naaktheid met het doel om alle eergevoel en menswaardigheid te vernietigen (vers18) – alles dat centraal staat tot Zijn dood. De Messiaanse Psalmen tonen aan hoe kostbaar de plaats is die de Messias in de Hebreeuwse Schriften ingenomen heeft.

Het waarachtige Israël wil God kennen

De grootst mogelijke onderscheidend die een Israëliet moet hebben, is een hart om te bezitten die God de Vader door geloof in Jezus leert kennen. Een echte Israëliet, zal op een of andere tijd God willen leren kennen in een verbondsverhouding door Jezus Christus. Hij zal een begeerte hebben om een discipel van Jezus te worden en hun hele leven en vertrouwen in Hem willen plaatsen. Wanneer jij een Europeeër ontmoet die ernstig begeert om Jezus te leren kennen en Hem dagelijkse vriend wil zijn, dan heb jij een waarachtige Israëliet ontmoet.

Zo’n een Israëliet weet dat zaligheid alleen in de persoon van Jezus Christus te vinden is. Hij zal niet proberen om zichzelf te rechtvaardigen door kennis of beoefening van de wet, nog minder zal hij proberen om zijn redding te baseren op het feit dat hij het nageslacht is van Abraham. Hij zal eerder zijn vertrouwen stellen in Jezus, in Hem alleen. Hij zal geen vertrouwen stellen op redding door de wet, zijn ras, of enig ander iets. Hij zal zoals een klein kindje komen en zijn absolute vertrouwen stellen in de persoon, naam en bloed van Jezus Christus, voor zijn redding.

De zondaar wordt door een soevereine daad van Jahweh God gerechtvaardigd, waardoor Hij die persoon die gelooft in Jezus, rechtvaardig verklaard. Redding is een gave van God door geloof in Jezus Christus. Dit kan niet verdient worden, ook al houdt men al de geboden van begin tot het einde.

Efeziërs 2:8-9:“Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme.

Jezus Christus wordt de basis of fundament van de gelovigen zijn éénwording met God de Vader. De ware Israëliet komt met niets anders in zijn handen naar het kruis van Jezus. Hij komt met een nederig hart zonder enige verdiensten of goede werken, en geeft zich over aan Gods genade voor rechtvaardigmaking van zonde door Jezus Christus. Waarachtige Israëlieten zullen naar Jezus getrokken worden en begeren om met Hem in de juiste verhouding te staan.

——–oOo———

Hoofdstuk 3

Israëlieten moeten een zaligheid bezitten dat werkt

Mattheüs 5:16:“Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

Die Israëliet die hun geloof en vertrouwen in Jezus Christus plaatsen en Hem het middelpunt van hun leven en redding maken, moeten een zaligheid1 bezitten dat werkt, of een zaligheid met werken. Het geloof dat een nieuw mens in Jezus tot gevolg heeft zal ook een zaligheid met goede werken inspireren. Goede werken met merken die volgens de maatstaf van Jahweh en Zijn Woord moeten zijn, zijn teven een getuigenis van geloof voor een ware Israëliet. Een zaligheid die op het geloof in Jezus de Gezalfde koning van Israël is gevestigd brengt goede vruchten voort. De getuigenis van een berouwvolle, gebroken, wedergeboren hart is een zaligheid dat werkt.

Laatsgenoemde is een groot te kort/gebrek onder veel Israëlieten. Er is geen berouw over hun zonden of een waarachtig berouwvolle bekering tot de Almachtige. Een Israëliet die verandert is door de genade van Jezus Christus, zal goede werken voortbrengen als een bewijs van een geestelijke wedergeboorte. Je zal in zijn of haar leven en optreden kunnen zien daar er een waarachtige geestelijke geboorte en bekering in zijn of haar leven heeft plaats gevonden.

Een zaligheid die niet gebaseerd is op waarachtig geloof in Jezus Christus zal altijd dode werken voortbrengen. Dode werken zijn die werken die zonder geloof gepaard gaan.

Romeinen 14:23:“Maar wie twijfelt, wanneer hij eet, is veroordeeld, omdat hij het niet uit geloof doet. En al wat niet uit geloof is, is zonde.

Maar werken die niet uit geloof in Jezus ontstaan zijn dood. De gelovige Israëliet moet al zijn werken uit een levend geloof in Jezus doen, precies zoals hij alles in geloof moet doen. Diegenen die in Jezus gerechtvaardigd is zal door het geloof leven, en dit zal goede werken voortbrengen die bij een bekering past. en eer geeft aan de heerlijkheid van Jahweh en Zijn kostbaar Woord. Een Israëliet die niet de werken voortbrengt die bij een bekering past, is nog steeds dood in de zonden en is bezig met dode werken, hij/zij heeft een zaligheid die niet werkt.

Zaligheid met goede werken is een beginsel die dwarsdoor de gehele Schrift voorkomen. Geloof heeft Abels hart tot goede werken aangespoord. Hij heeft de eerstelingen van zijn kudde gebracht en hen aan God geofferd als een verzoening voor zonde. (Genesis 4:4; Hebreeërs 11:4). Noach heeft zijn geloof in de Almachtige gedemonstreerd door goede werken toen hij de Ark ging bouwen. Abraham heeft zijn geloof bevestigd door het teken van de besnijdenis te ontvangen (Genesis 17; Romeinen 4:11), een teken van die gerechtvaardigheid van geloof die Abraham in God bekleed heeft.

Abraham heeft zijn geloof als Gods dienstknecht bevestigd door Isaäk te gaan offeren (Genesis 22) en de drie mannen (engelen) uit te nodigen om aan zijn tafel te komen zitten (Genesis 16). Dwarsdoor de gehele Schrift vinden wij dat geloof goede werken voortbrengt als een bewijs van zaligheid. Israëlieten moeten een specialen neiging tot goede werken bezitten, als het bewijs van hun geloof in God. Zij moeten begeren om hun geloof te beoefenen. Zij begeren een geloof dat werkt, een zaligheid die goede vruchten voorbrengt die past bij bekering.

De Tien Geboden voor Balans

De Tien Geboden is uitstekend geschikt om geloof en werken te balanceren. God moet geloof zien – zonder enige werken – voor mensen hun rechtvaardigmaking. De mens moet pas na geloof naar zijn werken gaan kijken. Een ieder mag zeggen dat hij geloof heeft in de Tien Geboden, maar als zijn leven, dit niet bevestigt, dan zal die een getuigenis dood zijn. Als ik geloof in het 4e gebod en niet al de rustdagen heiligen, en gewoon door gaan met mijn werkzaamheden of zaken doen, is mijn geloof dood. Aan de andere kant, als ik het in mij hart begeert om het vierde gebod te houden en ook de andere geboden om deze te houden, dan zal mijn geloof bevestigd worden door een hartelijke overgave en doen wat in Gods geboden staat.

En zo is het met al de Tien Geboden. Geen Israëliet kan de Geboden houden tenzij deze op hun hart staan geschreven als een geestelijke transformatie en bekering. Onder het Oude Verbond werkt Israël om de Tien Geboden te onderhouden, maar jammerlijk is dat mislukt. Israëlieten kunnen door geloof in Jezus Christenen de Wet vervullen en wandelen in de gerechtigheid van de Wet door in de Heilige Geest wandelen

Romeinen 8:4:“Opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.

Geloof heeft goede werken tot gevolg zoals Gods Wet bepaald. Elke poging om goede werken voort te brengen zonder geloof zal alles mislukken, want het is onmogelijk om God te behagen.

Hebreeërs 11:6:“Maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Het geloof, ware geloof, vertrouwt alleen op Jezus de Gezalfde om zaligheid te verkrijgen. En uit deze zaligheid vloeit nu een reeks van goede werken. Een ware Israëliet ziet drie voordelen van de Wet. Te eerste, de wet definieert zonde, maakt de zondaar schuldig, en stuurt hem naar Jezus, de ernstige volmaakte wetsgehoorzame, voor rechtvaardigmaking . Ten tweede, de wet stelt die maatstaf waarbij de Israëliet zijn heiligmaking in de wereld kan afmeten. Zonder een standaard (De Wet), heeft de gelovige geen goede manier om goede werken te meten. Goede werken moeten altijd gemeten worden volgens de prefecte standaard van Israëls God. Ten derde, de Israëliet ziet de wet als een noodzaak om een stabiele sociale orde, die goddeloze straft en rechtvaardigen belonen.

Goede werken zijn een bewijs van Geloof In Jezus de Gezalfde Koning van Israël

Een Gelovige Israëliet zal altijd een hart bezitten om goede werken voort te brengen als bewijs van zijn geloof in Jezus. Hij weet dat God alleen zijn geloof aanziet, apart van enig ander werk van de wet, als de enigste basis voor rechtvaardigmaking geld geloof. En hij beseft ook dat mensen zijn werken zien als bevestiging van zijn geloof. Een gelovige getuigt tegenover ongelovige door wat hij doet – door zijn werken. Geloof wordt een werkelijkheid voor de ongelovigen door de goede werken of goede vruchten die hij te voorschijn ziet komen in het leven van de gelovige.

Gelovige Israëlieten die hen voor ogen van de ongelovige Israëlieten die aan de drank en tabak zich vergrijpen, vloeken, liegen en zijn oneerlijk en lui en niet wil werken, overspel plegen met andere vrouwen en loltrappen, achter vleselijke wereldse zaken aanlopen, daarin is niets dat de ongelovige kan overtuigen wat een gelovige moet bezitten dat geloof alleen in Jezus vast ligt.

Een waarachtige gelovige, bekeerde Israëliet begeert een geloof, die goede werken zal voortbrengen, die God zal verheerlijken. Daarom roept Jezus ons toe:

Mattheüs 5:16:“Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.”

Op de laatste dag, zullen wij geoordeelt worden volgens de goede werken die wij verricht hebben.

Mattheüs 16:27:“Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid zijns Vaders, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden.”

Doe de wil van de Vader

Israëlieten moeten hun geloof geldig maken door de wil van de Vader te doen, zoals deze geopenbaard is in de Bijbel vanaf Genesis tot Openbaring. Geloof die niet de wil van de Vader voorbrengt is leeg en dood. Jezus spreekt de problemen aan van diegenen dat daarop aanspraak maken dat Hij de Meester van hun leven is, maar de werken van ongerechtigheid voortbrengen. Laten we eens kijken naar de woorden van:

Mattheüs 7:21-23:“Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.

Dit Schriftgedeelte bevat een paar ernstige waarnemen. Ten eerste, welk geloof bezaten deze mensen, zij die Hem “Meester”noemen. Ten tweede zij werkte in Zijn Naam. Veel van deze werken kan men heden ten dage waarnemen, zij noemen zich Christenen. De Here Jezus zal hen oordelen en over hun werken van ongerechtigheid (wetteloosheid). Een zorgvuldig onderzoek van dit gedeelte wijst er op hoe hun werken zijn ontstaan- namelijk zonder geloof. Het waarachtige geloof brengt werken voort volgens de standaard eisen van het Woord van God. Let goed op: Alle werken die niet gedaan worden uit geloof worden tot zonde gerekend:

Romeinen 14:23:“Maar wie twijfelt, wanneer hij eet, is veroordeeld, omdat hij het niet uit geloof doet. En al wat niet uit geloof is, is zonde.”

En helaas, en tot hun verbazing zullen de werken van velen die zichzelf gelovigen noemen, door een Heilige God als werken van ongerechtigheid gerekend worden. Niet allen die zichzelf Christenen noemen zijn daadwerkelijk gelovigen in de zin van de Bijbel. Wij moeten het verschil duidelijk onderkennen. Gelovigen doen de wil van de Vader volgens Zijn Woord. Een Israëliet zal zich inspannen om de wil van zijn Vader in de hemel te doen, hij beoefend zijn geloof door wat Jahweh Israëls God heeft opgedragen.

De beslissende vraag voor elke gelovige is, doen ik de wil van mijn Vader!!. Zoeken wij Hem om Hem te behagen?:

Prediker 12:13:“Van al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen.

Wanneer wij onze eigen wil doen (zelfs de goede werken), in plaats van wat God in zijn Woord beveelt, dan zijn dat werken van ongerechtigheid. Luister naar de woorden van Jezus:

Lucas 6:46-48:“Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg? Een ieder, die tot Mij komt en mijn woorden hoort en ze doet, Ik zal u tonen aan wie hij gelijk is. Hij is gelijk aan iemand, die bij het bouwen van een huis diep gegraven en het fundament op de rots gelegd heeft. Toen een watervloed kwam en de stroom tegen dat huis aansloeg, kon hij het niet aan het wankelen brengen, omdat het goed gebouwd was.

Goede werken die uit het ware geloof ontstaan zijn werken die voldoen aan de standaard van Gods Woord. Een goed werk wat het Woord van God vermijdt is ongerechtigheid. Bedenk hoe dat Ussa en Agio de ark van de Filistijnen opgebracht hebben en hoe zij besloten om de Ark te vervoeren op een wijze die tegenstrijdig was met Gods instructie aan de Levieten. Toen Ussa zijn hand uitstak om de Ark vast te houden nadat de ossen struikelde, is hij met de dood gestraft (2 Samuel 6). Zij dachten een goed werk te doen, maar waren Gods voorschriften om de Ark op schouders van de Levieten te vervoeren, en niet anders uit het oog verloren. Daarom veranderde hun “goede werk’ in een werk van ongerechtigheid. Het “goede werk”: van zendelingen die het brood van Israël aan allen niet Israëlieten uitdeelt, is een werk van ongerechtigheid. Mensen willen zalig (gered) worden door goede werken , maar dan zonder geloof in Jezus Christus, en zijn dan bezig met werken van ongerechtigheid terwijl zij juist denken dat zij goed werk verrichten.

Jakobus 4:17:“Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde.”

Geloof die de vrucht van een bekering voortbrengt, zal werken produceren die volgens de wil van God zijn. Een geloof dat geen levens veranderd naar het beeld van Jezus, en de werken die niet volgens de standaard van Gods Woord zijn, is een dood geloof.

Romeinen 8:29:“Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen.”

Jakobus somt deze waarheid krachtig op:

Jakobus 2:26:“Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.

Een waarachtige Israëliet zal geen spanning ervaren tussen geloof en werken, tussen rechtvaardigmaking en heiligmaking. Geankerd in ware zaligheid zal hij de balans tussen wet en genade handhaven. Hij zal niet van de ene sloot (wet) in de andere (genade) vallen, maar op de weg blijven van een harmonieuze balans tussen wet en genade.

Harmonie tussen Wet en Genade

De apostel Paulus legt prachtig de balans uit tussen genade (geloof) en wet (werken):

Efeziërs 2:8-10:“Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;

niet uit werken, opdat niemand roeme. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Laten wij Paulus stellen eens nader bekijken. Ten eerste, wordt zaligheid gebaseerd op het fundament van genade door het geloof van een gelovige in Jezus de Gezalfde. Deze zaligheid (redding) komt naar een gelovige als een gave van God. Als de zaligheid (redding) verdient kon worden, dan zou dit een beloning zijn en geen gave. God geeft zaligheid (redding) slechts door genade zonder werken van de wet. Dat is erg duidelijk in de Schrift vastgelegd, deze gave van God komt door Jezus. Het feit dat het een gift is aan de uitverkorenen, betekent niet dat genade zonder een prijs gegeven wordt. Het werk van het offer van Jezus aan het kruis vertegenwoordigd een monumentaal werk van God. Het werk van God in het offer van Zijn Zoon aan het kruis is het fundament waarop die gave van zaligheid (redding) rust. Zonder dit werk van God, zou de genade niet mogelijk zijn geweest.

Ten tweede, de genade die God op de gelovige overdraagt brengt een nieuw schepsel in Jezus Christus voort, als ook overeenkomstig verandering in optreden en leefwijze, want de gelovige word een:

2 Korinthiërs 5:17:“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.

Efeziërs 2:10:“Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.”

Goede werken zal de genade van God in zaligheid volgen. En dit is niet alles. De gelovige bewandeld nu de weg van geloof en werken, wetende dat zij beide bijdragen tot de heerlijkheid van God. Genade is een gave van God door geloof in Jezus Christus. Goede werken worden slechts mogelijk gemaakt door de genade die aan een gelovige gegeven wordt om in gehoorzaamheid aan het Woord van God te leven. Genade is de kracht van God aan de gelovige om goede werken voort te brengen.

Die Israëliet, die herschapen is na het beeld van Jezus Christus, de Nieuwe Adam van de toekomstige wereld, weet dat zijn optreden (woorden, daden, handelingen) de gerechtigheid van zijn geloof bepalen, want hij weet dat de Schrift erg duidelijk daarin is. Zij die de werken van het vlees doen, zullen niet het Koninkrijk van God beërven

Galaten 5:19-21:“Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.”

Het Woord van God is zeer duidelijk! Die Israëliet die wedergeboren is ( Johannes 3:3) en geestelijk herschapen is naar het beeld van Jezus Christus (Titus 3:5) zal grote veranderingen in zijn/haar leven ervaren Paulus zegt:

Efeziërs 5:5:“Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God.

Een Israëliet zal proberen om een geestelijk leven te leven om::

Romeinen 8:4:“Opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.”

Geloof zal een oprechte begeerte in het hart van de gelovige opwekken om in gerechtigheid te leven en te wandelen. Heiligmaking is het werk van God in het leven van een ware gelovige. Laat niemand denken dat goede werken uit het hart van een vleselijk mens voorkomen. Goede werken die door God goed gekeurd zijn (in contrast met de dode werken zoals in Hebreeërs 6:1), vertegenwoordigen het werk of maaksel van God (Efeziërs 2:10) in het leven van een gelovige. Gevoeglijk roept Paulus de gelovige toe:

Kolossenzen 3:1-6:“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt.”

De oproep in Gods Woord is zeer duidelijk! Gelovigen in Jezus Christus moet zijn geloof wettig of geldig verklaren door in gehoorzaamheid te wandelen aan de wil van God, zoals wij die vinden in het Woord van God. Gods morele wil voor Zijn kinderen komt voor in de Schrift:

Deuteronomium 29:29:“De verborgen dingen zijn voor de Here, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen.

2 Timotheüs 3:16-17:“Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

Paulus maant elke gelovige aan:

1 Tessalonicenzen 4:3-7:“Want dit wil God: uw heiliging, dat gij u onthoudt van de hoererij, dat ieder uwer in heiliging en eerbaarheid zijn vat wete te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten, en dat men zijn broeder niet slecht behandele of bedriege in deze zaak, want de Here is een wreker van dit alles, zoals wij u ook vroeger gezegd en nadrukkelijk betuigd hebben. Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging.”

Elke Israëliet die zijn zaligheid (redding) in Jezus wil wettigen moet de volgende vraag stellen: Werk ik aan mijn zaligheid? Brengt mijn geloof die getuigenis voort van een ware bekering? Weet ik dat ik een bekeerd hart bezit?

Let op wat de Here Jezus zegt:

Marcus 7:21-23:“Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein.

God zegt dan: “Ik kan jou niet gebruiken” Een geloof die gevestigd is in een geestelijke transformatie van de innerlijke mens door Jezus Christus diens hart zal zacht zijn tegenover God, die berouwvol is, die de persoonlijke overtredingen vergeeft, en die honger en dorst naar gerechtigheid schenkt.

Mattheüs 5:6:“Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Miljoenen in ons geslacht worden misleidt omdat hun kerken hen laten geloven dat zij gered zijn. Deze mensen worden misleid tot een godsdienst die gemakkelijk gelooft. De hoofdstroom van het Christendom vraagt niet naar bewijs dat zij van “boven” zijn geboren als zijn volk, en het niet nodig vinden om geestelijk wedergeboren te zijn. Hoe die predikers de termen ook willen veranderen, het gaat erom wat onze Meester aan Nicodemus heeft gezegd – een ieder moet uit de Geest van God geboren worden. Miljoenen belijdende Christen leven zonder goede werken na hun geloof, en doop. Kerken worden in onze tijd bevolkt door: dronkaards, rokers, drugsverslaafden, vloekers, hoereerders, gokkers, vuilspuiters, rodelaars – en dit is maar een puntje van de ijsberg! Veel “Christenen” veroordelen geen hoererij, in tegendeel ze beoefenen dit zelf! Mensen die belijden Christen te zijn zullen voor het minste of geringste een echtscheidingsproces aanspannen, of een medegelovige voor de rechtbank slepen. Zelfs mensen die in abortusklinieken werken zitten zondags in de kerk zonder enig schuldgevoel. Veel ouderlingen zitten in kerkbanken, die niet weten wat goede werken inhouden. Uiterlijk lijken zij waardige kerkleden, maar innerlijk zitten zij vol doodsbeenderen – en zijn witgepleisterde graven met geen enkele uitwendige geestelijk leven. Er heerst een grote misleiding in de Kerkelijke wereld in dit geslacht.

Misschien zal diegenen die zoekt moeten uitzoeken wat is een gelovige, dan moet beginnen met de woorden uit:

Lucas 13:23-24:“En iemand zeide tot Hem: Here, zijn het weinigen, die behouden worden? Hij zeide tot hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen.

Laten zij oprecht zoeken naar God: en weet God laat niet met zich spotten. Een geloof die op waarachtige fundamenten van Jezus en Golgotha rust zal vinden, en een nieuw leven in Jezus zal voortbrengen, een transformatie in elk aspect van optreden, door de Heilige Geest die in elk gelovig hart werkt. Een zaligheid die werkt zal vruchten voortbrengen die bij de bekering past.

Mattheüs 3:8:“Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt.

Een geloof die echt is zal door werken bevestigd worden, werken die voortvloeien uit Gods maaksel in de innerlijke mens (Efeziërs 2:10) Dit is het kenmerk van elk gelovig leven.

Jakobus een prominente leider in de vroege Gemeente in Jeruzalem heeft het volgende gezegd van geloven:

Jakobus 17-26“Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer. Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen. Weet dit wel, mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn; want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort. Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden. En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden. Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen. Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos.

Jakobus maakt duidelijk dat het ware geloof zonder werken dood is! Zoals een lichaam dood is zonder geest, zo is ook geloof dood zonder werken. Er is geen spanning of conflict in wat Jakobus zegt en wat Paulus heeft verklaard. Paulus laat de klem vallen op rechtvaardigmaking door geloof. God ziet het geloof aan, zonder werken, als enige basis voor rechtvaardigmaking. De mens ziet geloof door werken die door waarachtig geloof verwekt wordt. Tengevolge zegt Paulus aan ons hoe ziet God het geloof, en Jakobus zegt aan ons hoe dat de mensen geloof moeten zien. God weet wat er in het hart van een gelovige afspeelt. De mens moet ook zien wat er in het hart van de gelovige gebeurt, want dan pas kan hij zien of het geloof ook echt en geldig is.

Opsomming van sommige aspecten van goede Werken

* Een zaligheid die werkt zal de Bergpredikatie gaan uitvoeren, die Jezus ons heeft geleerd- Mattheüs 5:1-2.

* Een zaligheid die werkt brengt voort de vrucht van de Geest: dat is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, goedheid, geloof, nederigheid en zelfbeheersing – Galaten 5:22-23.

* Een zaligheid die werkt brengt goede werken voort, de deugden zoals die beschreven wordt in 2 Petrus 2:5-9. Die deugden zullen voortspruiten uit waar geloof in Jezus Christus, ingesloten geloof, deugd, kennis, zelfbeheersing, geduld, godszaligheid, broederliefde en naaste liefde.

* Een zaligheid die werkt zal liefde openbaren aan al de leden van het Lichaam van de Messias. Jezus beklemtoont de belangrijkheid van Liefde in het leven van de gelovige in Johannes 13:35:”Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.

En Paulus legt de klemtoon in 1 Korinthiërs 13.Geloof in Jezus moet geldig gemaakt worden door een liefde die lankmoedig, zachtmoedig, en niet snel kwaad wordt en die alles verdraagt.

*Een zaligheid dat werkt is dat Gods oorspronkelijk plan op elk mogelijk gebied wordt aanvaard. Dit vereist een dankbaar hart voor al die onveranderlijke dingen in ons leven. Met dankbaarheid moeten wij leren om onze ras-herkomst te aanvaarden, ouders, geslacht, geboorte-volgorde, broeders en zusters, fysiek uiterlijk, verstandelijke vermogens, nationale herkomst en tijd in de geschiedenis, en het feit van ouderdom en de dood. Wanneer wij onszelf aanvaarden is dit slechts als een aspect van het oorspronkelijk ontwerp. Wanneer wij onszelf voornemen om Gods oorspronkelijk plan te zoeken en na te volgen, zal elk aspect van ons leven door de Schrift beïnvloed moeten worden in een zaligheid van werken.

*Zaligheid dat werkt zal het beginsel van gezag respecteren op elk vlak van ons leven. Ons hart zal neigen om in onderdanigheid te leven onder het gezag dat God over ons heeft aangesteld. Mannen moeten onder het leiderschap van de Messias komen. Vrouwen moeten zich onderwerpen aan de leiderschap van hun mannen. Kinderen moeten aan hun ouders onderdanig zijn. Werknemers moeten zich aan hun werkgevers onderwerpen en hun wensen uitvoeren een ieder moet zich onderwerpen aan hun geestelijke leiders. Behalve als er iets is dat in strijd is met Gods Woord en Wet. God heeft belooft om hen te beschermen, te voorzien in hun behoeften. Verder werkt God ook door menselijk gezag om zijn doel in ons leven te bereiken, dit is een goed werk tot zaligheid in Jezus Christus.

*Een zaligheid dat werkt streeft na een geweten die vrij is van schuldgevoelens. Wij moeten de verantwoordelijkheid nemen van onze woorden, daden en gezindheid. Wij moeten verantwoordelijk leven tegenover elk woord van wat wij spreken en de daden die wij plegen, en om te streven naar een rein geweten, die zonder overtreding staat tegenover God en mens. Om zuiver te leven is een kenmerk van geestelijke volwassenheid. Een zaligheid die werkt is een streven, om dagelijkse leven met de kenmerken van bekering en verantwoordelijkheid.

*Een zaligheid dat werkt is om gewillig te lijden, om dit te verduren ter wille van Zijn Naam. Zij die bereid zijn om gedisciplineerd te worden, want wij weten dat elk kind van God getuchtigd zal worden. Tijdens ernstige moeilijkheden en beproevingen die noodzakelijk zijn om ons karakter te verfijnen, en om ons te vormen naar het beeld van Jezus. Onze geestelijke volwassenheid wordt gemeten aan onze gewilligheid om vergiffenis uit te spreken tegenover een mede broeder en naaste. Een geloof die op Jezus gebaseerd is zal erna streven om elke vorm van bitterheid uit te roeien en de geest van vergiffenis toelaten om genezing en herstel aan de ziel te geven. Wanneer vergiffenis beoefend wordt in het leven van gelovige, zal de geestelijk volwassenheid bereiken. Een geloof dat werkt is een geloof die vergiffenis en vrijspraak beoefend.

*Een zaligheid dat werkt bevestigd Gods eigenaarsschap over al onze materiele bezittingen, want zij behoren uiteindelijk Hem toe. Wij ontvangen hen zoals Hij ons zegent. Gezondheid, talenten, gaven’s, en alle voorzieningen, en alle andere voorzieningen die nodig zijn om rijkdom te verkrijgen komen van God. God heeft ons als rentmeester gemaakt over Zijn rijkdom zal aan ons verantwoording vragen. Geloof dat in Jezus wordt gebruikt zal God behagen, en Zijn Koninkrijk op aarde uitbreiden. Een zaligheid dat werkt verbied ons om deze rijkdom te gebruiken op die wijze die tegenstrijdig zijn aan het Woord. Een levend geloof beseft dat ware zekerheid slechts voorkomt door vertrouwen in God, door Zijn Zoon, onze Verlosser – en niet de materiele zaken.

* Een zaligheid dat werkt, streeft erna om rein te leven, vrij van de slavernij der wellust. Een waar geloof begeert om te doen wat recht is – dit geld op voor de zelfverloochening op die gebieden die het moreel kunnen ruïneren. Een geloof die berust in Jezus en is onderworpen aan Zijn Woord, om het pad zuiver te houden zal met reinheid wandelen, speciaal in het huwelijk, dat geloof wil de geest, ziel en lichaam bewaren van alle vormen van wellust, verslaving en morele onreinheid.

*Een zaligheid dat werkt, meet succes in het leven af, in termen van de dienst aan God, en anderen. Wanneer wij het Koninkrijk en zijn gerechtigheid de prioriteit van ons leven maken, zal andere dingen op hun plaats vallen, wij moeten het leven niet meten in termen van de verzameling van rijkdom, eigendom en bezittingen, maar in hoe wij God en andere kunnen dienen. Geloof in Jezus zal erna streven om anderen te dienen, en niet onszelf.

*Een zaligheid dat werkt, streeft ernaar om God te aanbidden in geregelde bijeenkomsten van gelovigen. De rustdag en andere bijeenkomsten. Israëlieten die God altijd aanbidden gedurende publieke bijeenkomsten. Wij zien dat bij de Tabernakel van Mozes, bij de Tempel van Salomo en het herstel van aanbidding na de Babylonische Ballingschap. De verzameling en bij elkaar komen van gelovigen staat centraal in het plan en doel van God. Het bij elkaar komen voor aanbidding en onderricht van het Woord is een werk die groeit uit de ware zaligheid. Getrouwe bijwoners, aanbidding en nemen plaats in een plaatselijke gemeente waar dat mogelijk is, is een waar kenmerk van zaligheid.

*Een zaligheid dat werkt, beoefend de financiële beginselen van de Schrift. Israëlieten moeten streven naar het behagen van God. Een zaligheid die werkt, zal de tienden in de schatkamer van God brengen, zij zullen aan de armen geven. Diegenen die volgens de financiële beginselen van Gods Woord leven, zal schulden vermijden.

*Een zaligheid die werkt, zal Israëlieten laten werken. God heeft Zijn kinderen bevolen om zes dagen te werken en op de zevende dag te rusten (Exodus 20:9-10), Een geloof dat levend is in Jezus neemt gezag over de aarde tot eer van God.. Een goede werksfeer staat centraal in het leven van de gelovigen om te heersen op aarde. God heeft Zijn kinderen geroepen om de aarde te bewaken en te bewerken tot eer van Zijn Naam. Het echte geloof zal vreugde vinden in de arbeid en zal niet lui zijn. Productiviteit is belangrijk voor een ieder die begeert om te wandelen in de reddende genade van Jezus Christus:

Lucas 19:13 is belangrijk:“En hij riep tien van zijn slaven en gaf hun tien ponden en zeide tot hen: Drijft handel, totdat ik terugkom.” – of werk totdat Ik kom.”

* Een zaligheid dat werkt, ontwikkelt een liefde voor geestelijke groei als ook een toename in fysieke grote van het gezin. De blanke Israëliet is een in Jezus leven. Ongeacht geslacht of ouderdom, Israëlieten moeten een liefde voor het gezin ontwikkelen. Kinderen moeten beschouwd worden als een erfdeel en een zegen van God (Psalm 127) . De geboorte, opgroeien en opvoeden van kinderen moet door ouders als heilig beschouwd worden. Dit moet onze eerste prioriteit zijn.

* Israëlieten die verlost zijn door het bloed van Jezus, moeten op deze aarde wandelen als verbondskinderen van God. Alle Israëlieten, mannen vrouwen die door het geloof in Jezus geroepen zijn, moeten er na streven om volgens een zaligheid te leven dat werkt, Zij moeten proberen om hun geloof op een dagelijkse basis te beoefenen zoals Jezus bevolen heeft.

Lucas 9:23:“En hij riep tien van zijn slaven en gaf hun tien ponden en zeide tot hen: Drijft handel, totdat ik terugkom.

Israëlieten zijn vreemdelingen en bijwoners op de weg naar Sion

Hebreeërs 11:10, 13:“Want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is, In dat geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde.

Israëlieten hebben diep in zich het sterke verlangen naar een stad die een fundament bezit. Die stad waar Jezus Christus de Koning is, en waar de huidige bedeling tot een eind gekomen en afgesloten is. Het maakt niet uit waar zij zich bevinden onder de volken waaronder zij leven, echte Israëlieten bezitten een diep verlangen naar het land van hun vaderen, Isaäk en Jakob belooft is.

Daarom willen mensen de joodse staat Israël bezoeken, omdat in hen een begeerte zit om dit te doen. Heeft u al gehoord dat. Beulahland, die plaats is waar vader Abraham en moeder Sara Isaäk ontvangen heeft, de oorsprong van ware Israëlieten. Ware Israëlieten zien zich zelf als vreemdelingen bijwoners in deze wereld (Hebreeërs 11:13). Zij bezitten Gods grote zegen en beloften (2 Petrus 1:4) omhelst, wetende dat zij op één dag het herstelde Koninkrijk voor Israël weer op aarde zullen zien. (Handelingen 1:6).

Ware Israëlieten voelen aan dat zij niet aan het huidige wereld toebehoren; zij als vreemdelingen en bijwoners op deze aarde, een verlangen in zich is om het land te zien waar Abraham “dit als een erfenis zou ontvangen..” (Hebreeërs 11:8). Deze etnische Israëlieten begeren een hemels land, een land waar de tabernakel van God weer onder hen zal zijn.(Openbaring 21:3). Dit koninkrijk is niet van deze wereld.

( Johannes 18:36).

Zij bezitten een groot verlangen om de zevende engel te zien, die zal blazen en de hemel zegt dan:

Openbaring 11:15:“En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.

Ware Israëlieten zijn gevestigd in de belofte die aan hun vaders Abraham, Isaäk en Jakob zijn gemaakt, zij kijken uit naar dit Sieraad-land van alle landen (Ezechiël 20:6). Zij weten hier geen blijvende stad te bezitten om in te wonen; daarom zoeken zij naar de toekomst (Hebreeërs 13:14). Zij verwachten een grote dag wanneer de wachter op de muur zal uitroepen:

Jeremia 31:6:“Want de dag is daar, dat de wachters roepen op het gebergte van Efraïm: Komt, laat ons opgaan naar Sion, tot de Here, onze God!

Het hart en ziel van de ware Israëliet is eeuwig verbonden aan de beloften die God aan Abraham gegeven heeft. Want binnen deze beloften liggen de hoop en dromen van een land, een heerlijk land, die zal bloeien zoals een roos (Jesaja 35:1). En waar de cipres, de plataan en de denenboom het heiligdom zal versieren (Jesaja 60:13. Maar zoeken verkeerd, zij zoeken naar een plaats tussen de heidenen en jodendom om met hen een beter land te verkrijgen, zij hangen om de nek van de moslims. Zij lopen hand in hand van deze God haters. Laten zij zich losbreken en zich gaan voorbereiden voor de komt van onze Koning.

Terwijl de ware Israëlieten zeer goed weten dat zij geroepen zijn en bestemd zijn om de heerschappij over de aarde ter hand zullen nemen, dit tot eer van Jahweh. In welke landen zij ook wonen, beseffen wel degelijk dat het land van hun ballingschap niet een permanente verblijfplaats zal zijn. God heeft bepaald dat er een sterke werklust aanwezig moet zijn in het karakter van de Israëliet. Het bevel om de aarde te bewerken en te bewaken (Genesis 2:15) is een basis aansporing in de gene van elke Adamietische/Hebreeuwse? Israëlieten. Zij hebben namelijk de ontwikkelingen en vooruitgang op aarde gebracht. Zij willen hun land en grondstoffen bewerken en ontginnen. Het zijn zij die de dieren en de natuur willen beschermen en bewaren terwijl de andere natiën dit verwoesten en opvreten. Deze roeping ligt vast in hun hart en wordt gereflecteerd wat Jeremia aan de kinderen van Juda in de Babylonische gegeven heeft:

Jeremia 29:4-6:“Zo zegt de Here der heerscharen, de God van Israel, tot al de ballingen die uit Jeruzalem naar Babel in ballingschap zijn weggevoerd: Bouwt huizen en woont daarin, legt tuinen aan en eet de vrucht daarvan; neemt vrouwen en verwekt zonen en dochters, neemt vrouwen voor uw zonen en geeft uw dochters aan mannen, opdat zij zonen en dochters baren; vermeerdert daar en vermindert niet.

Echte Israëlieten in hun verstrooiing onder alle natiën, moeten de volgende oproep tot heerschappij vervullen:

Genesis 1:28:“En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.

De geestelijke kracht en de fysieke toename van het gezin staat centraal in de roeping van elke Israëliet . Op het ogenblik maken de Israëlieten maar 10% uit van de wereldbevolking, terwijl de bastaarden, zwarten en gelen de wereld groei doet escaleren. Gods oorspronkelijk plan was dat de Israëlieten de aarde zouden vullen, en niet de andere volken. Grote blanke gezinnen onder de Israëlieten is iets uit het verleden, de sterftecijfers overschrijden de geboorte aanwas. Het Satans zaad daarentegen en de aanverwante volkeren hebben de aarde overgenomen.

Heerschappij over de aarde kan slechts vordering maken wanneer het gezin in Israël gehandhaafd blijft. Daarom moet elke echte Israëliet, jonge mannen en vrouwen in het huwelijk treden en kinderen verwekken. De toenamen van godvrezende kinderen en hardwerken staat centraal tot de taak van alle Israëlieten onder elke natie op aarde.

Deze oproep aan de Israëlieten, om heerschappij of gezag op zich te nemen, als wedergeboren als het beeld en gelijkenis van Jezus Christus, temidden van deze huidige goddeloze wereld en land waarin wij nu verblijven, op weg zijn naar een volmaakt Huis zoals aan Abraham, Isaäk en Jakob is belooft. Naar een Heilige stad.

Hebreeërs 11:10:“Want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.”

Echte Israëlieten verlangen naar het herstel van het Koninkrijk voor Israël (Handelingen 1:6). Zij wachten gespannen op de grote dag wanneer God, mensen vanuit Israël bij de hand zal vatten, één uit een stad en twee uit een familie om hen naar Sion te brengen.

Jeremia 3:4:“Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des Heren, want Ik ben heer over u; Ik zal u nemen, een uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion.

Met grote verwachtingen en verlangen kijken de echte Israëlieten uit naar de herverzameling van hun volk naar het land hunnen vaderen.

Jeremia 16:15:“Maar veeleer: Zo waar de Here leeft, die de Israelieten heeft doen optrekken uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; ja, Ik zal hen terugbrengen in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven had.

Een hersteld land met een herstelde Hoofdstad, Jeruzalem, Israëlieten weten dat er een restauratie van het land zal gaan plaatsvinden voor Abraham en zijn nageslacht.

Jesaja 51:3:“Want de Here troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des Heren; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang..

Nooit meer zal er hoon en stank en beroving plaats vinden. Men zal veilig kunnen slapen, zij zullen als kinderen de volledige capaciteit bezitten van de Levende God, en die ten volle benutten. Wij als volk zullen nooit meer geregeerd worden door de “Levende wezens der aarde” die in hun bestaan nog nooit enige productiviteit hebben opgeleverd. Deze volken hebben ons miljarden en miljarden gekost, met o, o opbrengt. Israël zal dan met God gaan regeren over de gehele aarde. Onbeschrijfelijke vrede zal er dan heersen en de heerlijkheid van God zal alom gezien worden. Alle spanning en vrees en tranen zullen verwijderd worden en Israël zal zich verheugen in haar Maker en Man.

Het Ware Jeruzalem en de Staat Israël

Ware hedendaagse Israëlieten verlangen niet naar dit huidige Jeruzalem of naar het barre woestijnlandschap die nu zonder Gods zegen de tijd moet doorkomen. Israëlieten in ballingschap beseffen wel degelijk dat de huidige Palestijnse Staat gebouwd is op politieke Zionistische fundamenten rust, die geen enkele aanspraak hebben op de beloften die Jahweh aan Israël gemaakt heeft. Politieke Zionisme is een beweging die gefundeerd, georganiseerd en ontwikkeld wordt door diegenen die daar aanspraak op maken dat zal Juda zijn:

Openbaring 2:9& 3:9:“Ik weet uw verdrukking en armoede, hoewel gij rijk zijt, en de laster van hen, die zeggen, dat zij Joden zijn, doch het niet zijn, maar een synagoge des satans.

Dit zijn bittere uitspraken van Israëls Koning, geef daar acht op, Jezus zegt duidelijk dat het geen echte Judeërs zijn, maar een synagoge van Satan. De grootste groep moderne joden van vandaag in Palestina zijn geen ware Israëlieten, er is zelfs geen rasverbinding met Abraham, Isaäk en Jakob. En dat kleine beetje dat er wel nog leeft vertegenwoordigen een kleine groep Israëlieten van de ballingen die nu onder de natiën wonen. Etnische Israëlieten, dikwijls aangeduid met de namen Anglo-Sakser. Zij vertegenwoordigen miljoenen en worden gevonden over de gehele wereld. De meeste van al de ware Israël zijn nog steeds in ballingschap en wonen in de verstrooiing onder de volken. Zij bestaan uit de verstrooiden uit Juda en de uitgeworpenen van Israël.

Jesaja 11:12:“En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israel verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.

Dit zijn de mensen van uit de Christelijke natiën die deze wereld hebben opgebouwd zoals de Britse eilanden, Scandinavië Nederland, Canada, Australië, Nieuw Zeeland en Zuid Afrika.

Politiek Zionisme heeft geen enkele verbinding met Abraham en zijn nageslacht. Het Beloofde Land van de Bijbel heeft niets gemeen met het Zionistische land dat in 1948 tot stand is gekomen . Zonder de biljoenen dollars van de VSA, zal de moderne staat Israël, een uitdrukking zijn van politiek Zionisme ooit kunnen overleven. Zonder de jaarlijkse bijdragen uit de VSA’s schatkist, en zonder de Duitse boeten (bloed) geld zal het huidige Israël ophouden voort te bestaan. Wat een contrast met de profetische ziening van een hersteld land!

De joden die aanspraak maken op het land terwijl zij geen echte Israëlieten zijn, heeft in de 19e eeuw plaatsgevonden en smeden een complot om Palestina uit de handen van Arabieren te nemen en om zichzelf in dat land te gaan vestigen. Op deze wijze willen zij hun overval wettig verklaren tegenover het Bijbelse Israël. Echte Israëlieten die gered zijn door het Bloed van Jezus bezitten de zekerheid van hun Meester dat deze valse bedriegers op Zijn tijd, zoals door God bepaald uit Sion uitgeroeid zullen worden zodat het ware Israël het in bezit kunnen nemen.

Amos 9:12:“Opdat zij beërven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de Here, die dit doet.”

Ezechiël geeft een uitgebreide beschrijven van dit gebeuren;

Ezechiël 36:1-7:“Gij nu, mensenkind, profeteer over de bergen van Israel en zeg: Bergen van Israel, hoort het woord des Heren. Zo zegt de Here Here: omdat de vijand van u gezegd heeft: ha, eeuwige hoogten zijn in ons bezit gekomen, daarom profeteer en zeg: zo zegt de Here Here: juist omdat men u van alle kanten verwoest en vertreden heeft, opdat gij het bezit zoudt worden van het overblijfsel der volken, en omdat gij in opspraak gebracht en belasterd zijt door de mensen; daarom, bergen van Israel, hoort het woord van de Here Here. Zo zegt de Here Here tot de bergen, de heuvels, de beekbeddingen en de dalen, tot de woeste puinhopen en de ontvolkte steden, die voor het overblijfsel der omwonende volken tot buit en tot een voorwerp van spot geworden zijn, daarom, zo zegt de Here Here, voorwaar, in het vuur van mijn naijver heb Ik gesproken tot het overblijfsel der volken en tot geheel Edom, die met hartgrondige vreugde en diepe minachting mijn land voor zichzelf ten erfdeel hadden bestemd om het volkomen uit te plunderen; daarom, profeteer over het land van Israel en zeg tot de bergen en de heuvels, tot de beekbeddingen en de dalen: zo zegt de Here Here: zie, Ik spreek in mijn naijver en in mijn grimmigheid: omdat gij de smaad der volken gedragen hebt, daarom, zo zegt de Here Here, zweer Ik: voorwaar, de volken die rondom u wonen, zullen zelf hun smaad dragen.”

De vijanden van het ware Israël en haar Messias hebben waarachtig het gezag overgenomen over het land dat aan Abraham en zijn nageslacht is gegeven, sedert hun verwijdering uit dit land, ten tijden van de Assyriërsche en Babylonische ballingschappen. De profeet Jesaja kon tegen het etnische Israël zeggen dat hun land voor een korte tijd bezet zal blijven.

Jesaja 63:18:“Voor een korte tijd is uw heilig volk in het bezit daarvan geweest; onze tegenstanders hebben uw heiligdom vertrapt.”

Amos 9:9:“Want zie, Ik geef bevel, en Ik schud het huis van Israel onder al de volken, gelijk men met een zeef schudt, en geen steentje zal ter aarde vallen.”

Een van de interpretatie die gegeven wordt omtrent de inhoud van dit Bijbelvers is het volgende: Israël in de verstrooiing onder de volken, zal nooit permanent zijn omdat zij geen wortel zullen schieten, zo heeft God dit aan de vaderen meegedeeld.

Meer nog, ware Israëlieten in ballingschap onder de volken moet verstaan worden dat zij nooit voor God verloren zijn geraakt. Hij zal altijd weten waar een ieder van hen is. Paulus schrijft gedurende de eerste helft van de Christelijke era:

Romeinen 11:2, 5:“God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weet gij niet, wat het schriftwoord zegt in de geschiedenis van Elia, als hij Israel bij God aanklaagt:…Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel gelaten naar de verkiezing der genade.”

In 65 n.Chr. Schrijft Petrus aan de Israëlieten in de verstrooiing:

1 Petrus1:1-2:“Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia en Bitynie, de uitverkorenen naar de voorkennis van God, de Vader, in heiliging door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Jezus Christus: genade en vrede worde u vermenigvuldigd.

Nu schrijft Jakobus ook aan de Israëlieten in de verstrooiing:

Jakobus 1:1:“Jakobus, een dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.”

Israël is bestemt om voor altijd Gods volk te zijn

Mensen die oprecht de Bijbel bestuderen, beseffen zeer duidelijk dat Israël verordineerd is om altijd Gods volk te zijn! De getuigenis van de Levende God tegenover Israël wordt zo mooi uitgedrukt in:

2 Samuel 7:24:“Gij hebt U uw volk Israel voor altijd bevestigd tot uw volk, en Gij, Here, waart hun tot een God.”

De Psalmdichter David beschrijft dit als volgt:

Psalm 135:4:“Want de Here heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot zijn eigendom.

Eeuwen later zegt Israëls Koning het volgende:

Mattheüs 15:24:“Hij echter antwoordde en zeide: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.”

Israël is niet verloren gegaan in de Schrift van het Nieuwe Testament. In de Evangeliën, Brieven en het Boek Openbaring deze vertellen zeer duidelijk omtrent het ware Israël.

Openbaring 7 zegt dat er 144.000 Israëlieten, 12.000 uit elke stam in Israël verzegeld zal worden gedurende de tijd van Jakobs Benauwdheid (Jeremia 30:7; Daniël 12:1 Mattheüs 24:21-22) , wanneer Gods wraak op aarde zal worden uitgestort. Openbaring spreekt van de vrouw Israël, die weggedragen zal worden, en in de woestijn bewaard en beschermt zal worden (Openbaring 12:6, 14) dit gedurende Jakobs benauwdheid. In Openbaring 14, worden de 144.000 ten volle geredden Israëlieten als eerstelingen voor God en Jezus Christus afgezonderd.

Openbaring 14:4:“Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam.

Openbaring 21:0-12 Spreekt zelfs van de bruid van het Lam, en identificeert haar als de twaalf stammen van Israël.

De predikanten en zowel de meeste christenen hebben dit geslacht van Israël uit het oog verloren. En diegenen die nog een poging waagden om hen terug te vinden zijn tot de gevolgtrekking gekomen dat zij het in een kleinaantal onder de joden moeten zoeken die in Palestina, verzameld zijn gedurende de twintigste eeuw. Veel geschiedkundige zijn tot de gevolgtrekking gekomen dat de Tien Stammen van Israël in Ballingschap naar Assyrië zijn weggevoerd in 721 v.Chr, en zo uit het oog zijn verdwenen-opgelost in de lucht. Theologen hebben dit onderwerp dan ook als onbelangrijk afgeschreven. In Kerkelijke kringen wordt met een grote omhaal gesproken van een nieuw “geestelijk” Israël die het letterlijke volk van Jahweh op aarde heeft vervangen. De Kerk – een gekleurde bonte menigte is nu Gods volk geworden.

Maar al deze lieden vergeten dat de Here God heeft gesproken dat het fysieke Israël er altijd voor Zijn aangezicht zal zijn. Wat kennen de Schriftgeleerden van onze dagen de Schrift slecht.

Jeremia 31:35-36:“Zo zegt de Here, die de zon overdag tot een licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, die de zee opzweept, dat haar golven bruisen, wiens naam is Here der heerscharen: Als deze verordeningen voor mijn ogen zullen wankelen, luidt het woord des Heren, dan zal ook het nageslacht van Israel ophouden al de dagen een volk te zijn voor mijn ogen.”

Het is interessant om te zien hoe predikanten, in hun poging dat wat de Bijbel over Israël zegt, op de heidenen2 over te dragen. De algehele Heidense Kerk heeft het genetische Israël vervangen. De predikanten hebben Israël eenvoudig door de kerk vervangen, en alles wat God aan Israël heeft gegeven, aan de Kerk overgedragen. Zij hebben de term “geestelijk Israël”bedacht om een veelrassige. Multiculturele Kerk in te sluiten in het “geestelijk Israël”.

Voor deze en veel anderen redenen, is het voor de gewone mens moeilijk geworden om het ware Israël te herkennen, en om haar in dit geslacht te identificeren. De predikant zegt dat alle christenen een soort geestelijk Israël zijn, en dat het fysieke Israël van de geschiedenis is verloren gegaan. Evangelische christenen geloven dat het ware Israël die zijn overbleven, zich bevinden in het moderne Palestina, plus het verstrooide joodse overblijfsel van vandaag die buiten Palestina leven. De meeste seculaire geschiedkundige hebben nooit de moeite gedaan om ernstig onderzoek te gaan doen over de verdwijning van tien miljoen of meer echte Israëlieten uit Palestina gedurende de tijd van de Assyrische ballingschap. Hoe kunnen wij deze Israëlieten terug

Wie zijn Echte Israëlieten

Paulus de meest prominente schrijver van het Nieuwe Testament, zegt dat de zeven van de belangrijkste waarheden van de hele Bijbel aan Israël behoren. Zij sluiten ook al de ander waarheden van de Schrift in. Luister wat Paulus zegt:

Romeinen 9:4-5:“Immers, zij zijn Israelieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften; hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.”

Bestudeer zeer zorgvuldig wat Paulus hier zegt. Hij geeft niet aan Israël al de heerlijkheden, verbonden, de wet, aanbidding, en de beloften, maar ook de aanneming tot kinderen. Dit moet voor een echte heiden schrikken zijn, als hij dit leest! Omdat de aanneming alleen aan Israël is gegeven. Dat de totale inenting aan Israël behoren, dat betekent dat de zogenaamde Heidenen van het Nieuwe Testament uiteindelijk de ware Israëlieten zijn. Deze Heidenen zijn de schapen van het Verloren Huis van Israël. U moet niet schrikken van Paulus stelling.

Volgens het vlees is Jezus naar Israël gekomen. Daar heeft u: de gehele som en substanties van het Nieuwe Testament, deze behoort uitsluitend aan Israël.

Onvoorwaarlijk Verbond

Wij kunnen als de beste de innerlijke drang van de ware Israëlieten naar hun land begrijpen als wij het onvoorwaarlijke Verbond die God met Abraham gesloten heeft ingesloten; Isaäk en Jakob bevestigd; en vermenigvuldigd heeft in de twaalf stammen van Israël. (Genesis 12:1).

Genesis 13:14-17:“En de Here zeide tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven. En Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn. Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want u zal Ik het geven.

In Genesis 15:5 geeft God een belofte aan Abraham dat zijn nageslacht zoals de sterren zullen zijn.

Toen leidde Hij hem naar buiten, en zeide: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn.”

Later in datzelfde hoofdstuk vers 18 zegt God aan Abraham:

Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat.”

De grenzen van dit land strekt zich uit van de stranden van Middellandse Zee tot aan de Perzische Golf. Het is interessant om te zien hoeveel verschillende volken dit gedeelte van de wereld bezet houden. Terwijl dit land aan Abraham is gegeven!

In Genesis 17 geeft God aan Abraham het verbond van de besnijdenis. Bij deze gelegenheid vertelt God aan Abraham tenminste drie andere belangrijke waarheden.

1. Dat de Almachtige voor eeuwig een God zal zijn voor Abrahams nageslacht.

Genesis 17:7:“Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn

2. Het bezit als erfrecht wordt aan Israël gegeven.

Genesis 17:8:“Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.

Het land Kanaän, dat strekt vanaf de Nijlrivier tot bij de Eufraat Genesis 15:18), zou de bezitting worden van Abraham en zijn nageslacht tot in eeuwigheid.

3. De verbondsbeloften zouden door Isaäk voorgedragen worden, verkozen als de erfgenaam van alle beloften en verbonden.

Genesis 17:21.

Maar mijn verbond zal Ik oprichten met Isaak, die Sara u op deze zelfde tijd in het volgend jaar baren zal.”

Het eigendomsrecht van het gehele land is aan Abraham en zijn nageslacht gegeven door een eeuwig verbond. Deze verbonden waren onvoorwaardelijk– en niet afhankelijk aan enige werken van Abraham of zijn nageslacht.

God bevestigd dit verbond met Isaäk (Genesis 26:4). Later ook met Jakob (Genesis 28:4-5). Toen Israël later uit Egypte uittrok heeft God zijn verbond aan de Hebreeërs herbevestigd (Exodus 6:4-7).

Het land zou boven alle andere landen gezegend worden. De zegen van God wordt beschreven in Deuteronomium 8:7-9 en 11;11-12. Dit aangewezen land, zal dienen als de aangewezen plaats voor Zijn volk Israël, dit staat duidelijk in de Schrift. In de dagen van koning David is die belofte ook gegeven met betrekking tot die aangewezen plaats:

2 Samuel 7:10:“Ik zal een plaats bepalen voor mijn volk, voor Israel, en het planten, zodat het op zijn eigen plaats kan wonen, zonder dat het meer opgeschrikt wordt en boosdoeners het onderdrukken zoals vroeger.”

Het is waar, God heeft Israël in het Westen geplant voor een tijd, maar die aangewezen plaats is niet Zuid-Afrika, Europa of enige ander land, dan behalve het Land dat God aan Abraham met een eed beloofd heeft. God heeft geen nieuw volk en ook geen nieuw land voor zijn volk. Hun verstrooiing na de “bestemde plaats” in het Westen is maar tijdelijk. God heeft belooft om hen voor altijd in hun eigen land te vestigen bij Jezus wederkomst. God zal nooit zijn Woord aan Abraham, Isaäk en Jakob-Israël breken. Geen nieuw land is aan Israël in deze wereld toegewezen, 2 Samuel is een tekst met versterkende gevolgen. Dit verwijst naar een tijd wanneer God zijn koninkrijk in dat land zal vestigen en wanneer het Zaad van de Slang en de goddeloze daar niet meer zullen zijn.

De kinderen der goddeloosheid hebben het volk Israël overal in haar ballingschap onder de volken achtervolgd. Naar Nederland, Zuid-Afrika, Australië, de VSA, Europa enz, is gevuld met miljoenen van hen. Als dit het criterium voor die goddeloze is, daar er geen plaats meer voor hen. Die bestemde plaats van 2 Samuel is hetzelfde land die door een verbond, voor eeuwig aan Abraham en zijn nageslacht gegeven is. Dit praat van een tijd in het in het herstel van het koninkrijk wanneer de goddeloze daaruit verwijderd zullen worden (Mattheüs 13:30; 40:41).

Het eeuwigdurend aard van dit verbond die God aan Abraham gegeven heeft met betrekking tot het land Kanaän, wordt gevonden in:

1 Kronieken 16:13-18:“Gij nakroost van Israel, zijn knecht, gij kinderen van Jakob, zijn uitverkorenen. Hij, de Here, is onze God, zijn oordelen gaan over de ganse aarde; Gedenkt voor immer aan zijn verbond, het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten dat Hij met Abraham sloot, en aan zijn eed aan Isaak; ook stelde Hij het voor Jakob tot een inzetting, voor Israel tot een eeuwig verbond, toen Hij zeide: U zal Ik het land Kanaän geven als het u toegemeten erfdeel.”

Bestudeer deze woorden van het verbond, en ontdekt waarom de woorden van 2 Samuel niet vraagt om een nieuw land. Dit eeuwigdurende verbond van die beloften wordt ook in Psalm 105:6-11 bevestigt. Soms verwarren Bijbelstudenten het Beloofde Land met andere landen die aan Israël beloofd zijn als gevolg van het patriarchale beloften die door Jakob-Israël aan het nageslacht van Jozef is gegeven. Genesis 48:16-19 bevestigt aan dit nageslacht die het geboorterecht heeft, namelijk Efraïm en Manasse. Het nageslacht van Jozef, door zijn zonen Efraïm en Manasse.

Genesis 48:19:“Maar zijn vader weigerde het en zeide: Ik weet het, mijn zoon, ik weet het; ook hij zal tot een volk worden en ook hij zal groot worden; nochtans zal zijn jongere broeder groter zijn dan hij, en diens nageslacht zal een volheid van volken worden.

Die volken en menigte van volken die aan Jakob belooft is (Genesis 35:11) is apart van het beloofde land dat aan Abraham en zijn nageslacht door een eeuwigdurende verbonden is gegeven. Dit geboorterecht aan Jozef (en zijn twee zonen) gegeven in Deuteronomium 33:13-17 heeft geen verbintenis met het Beloofde Land die aan Abraham en zijn nageslacht door onvoorwaarlijke verbonden is gegeven. Zij zouden vele landen en plaatsen gaan bezetten in hun verstrooiing maar dit zou nooit hun permanente verblijfplaats/ landen worden.

Israël zal in hun Land verzameld worden

Volgens Hebreeërs 11:8-10 in het Nieuwe Testament, is het Beloofde Land aan Abraham gegeven als toekomstig erfdeel. Abraham heeft dit niet gedurende zijn leven gekregen (Handelingen 7:5) maar zijn nageslacht heeft het gekregen. Elke ware Israëliet deelt in die verbondsbeloften die aan Abraham en zijn nageslacht gemaakt zijn. Deze verbonden zijn eeuwigdurend. Abraham en zijn nageslacht zal dit land bezitten wanneer het Koninkrijk aan Israël wordt hersteld. (Handelingen 1:6) Jezus vertelt ons van die grote dag wanneer het geredden Israël in het Land verzameld wordt:

Lucas 13:29:“En zij zullen komen van oost en west en van noord en zuid en zullen aanliggen in het Koninkrijk Gods.

De beloften van de herverzameling van Israël naar hun land wordt door de profeten bevestigd. Jesaja praat met Israël en hij zegt in Jesaja 43:5-9: “Vrees niet, want Ik ben met u; Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen. Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde, ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb. Doet het volk uitgaan, dat blind is, al heeft het ook ogen, en dat doof is, al heeft het ook oren. Alle volken zijn samen vergaderd en de natiën hebben zich verzameld. Wie onder hen kondigt dit aan en doet ons het verleden horen? Laten zij hun getuigen voorbrengen, opdat zij in het gelijk gesteld mogen worden en men het hore en zegge: Het is waarheid.”

In het hart van elke ware Israëliet moet dit verlangen aanwezig zijn, om in het land van zijn beloften te wonen. In ons land worden wij door zwarte/gele- en moslims en andere boze elementen verdrukt en afgeperst. We verliezen ons land met alles wat wij hebben opgebouwd aan deze heidenen. We hebben een beklemt gevoel en voelen ons niet langer thuis in ons eigen land. Elke ware Israël smacht er na om vrij veilig te wonen. Maar wat een heerlijke belofte is er die vast ligt in Jezus Christus met Hem zullen wij in het Beloofde Land wandelen. Dit zal weer een land van melk en honing zijn, overvloeiende van zegeningen door de goedheid van God op een nieuwe aarde. Het zal een land zijn waar de wolf bij het lam wei, en waar de leeuw legt bij het kalf, en een klein kindje zal hen wieden (Jesaja 11:6).

Micha 4:2:“En vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.

Echte Israëlieten moeten het gezag nemen in die landen waar zij tijdelijk wonen, Hoe? Door huizen te bouwen, landbouwgronden en tuinen aan te leggen, en deze gronden te bewerken, door een vrouw te nemen, kinderen te verwekken, gemeentehuizen bouwen, en om heerschappij over te nemen tot eer van God. Zij moeten niet passief gaan stil zitten of om paardenwagen te bouwen om met Israël weg te trekken. Wij zullen in elke geval door engelen vervoerd gaan worden. Zij moeten met hun handen werken, hun verstand inspannen, hun talenten ontwikkelen en vermenigvuldigen. Terwijl zij met hun geestelijk oog naar Sion kijken en daar naar verlangen. Zij zullen een zijn:

Hebreeërs 11:10; 13:14:“Want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is….Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.

Dit is een kenmerk van alle etnische Israëlieten, van het nageslacht van Abraham, Isaäk en Jakob-Israël als vreemdelingen en reizigers door deze wereld.

——–oOo——–

Comments are closed.