De schepping van de levende wezens naar hun aard, de schepping der andere rassen:

De schepping van de levende wezens naar hun aard, de schepping der andere rassen:
In Genesis 1:24-25 worden de andere schepsels: “Wezens uit de aarde” genoemd. Zij zijn “schepsels” van God. Hij heeft hun gemaakt, elk volgens hun soort. Daarom zijn er Zoeloes als Zoeloes gemaakt, elk soort met een bepaald doel. Daarom kan men nu zeggen dat slechts de “Adamieten”mens is (nageslacht van blank Adam), Bijbels is. God zelf noemt Adam en Eva in Genesis 5:2 “Mensen”; maar die andere schepsels “Levende wezens” of “Schepsels van God” Adam moest in opdracht van God (Genesis 2:19-20) aan al die “levende wezens” namen geven; en zo hij noemde, zo zal hun naam zijn. Hij noemde deze verschillende soorten “Levende wezen” Aziërs, Mongolen en Negers.
Genesis 1:24:“En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo.”
Let op vers 20 dat er voor Adam zelf “geen hulp”onder die levende wezend gevonden kon worden. Daarom heeft God Eva geschapen. Let op dat God in Genesis 1:24-25 “wezens uit de aarde”en andere scheppels “gemaakt”heeft, (in het Hebreeuws een werkwoord); maar als Hij in Genesis 1:27 de Adam (mens) “Creëert”, dan gebruikt Hij een ander werkwoord om een radicaal verschil aan te duiden. M.a.w. hier heeft God iemand anders geschapen naar Zijn Beeld, en Zijn gelijkenis (vers 26-27).
Als u dit begrip “Levende wezens” t. o. v het begrip “Mens” in de Bijbel verstaat, dan pas zult u Gods Plan verstaan. Door de gehele Bijbel heen (oud en nieuwe testament) wordt er gesproken van “Mensen” (Hebreeuws Adam en in het Grieks Anthropos). Maar de geleerden die uit gaan van de Evolutie, noemen alles wat op twee voeten loopt “mens”, en dit in tegensteling wat de Bijbels zegt. De Here Jezus zelf bidt in Johannes 17:6.”Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, (Adamieten) die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard.”

Adam heeft in het Hebreeuws de grondstam ”dam”, en dit kan zelfs teruggeleid
worden naar het Babylonisch – Assyrische als ook na het Arabisch waar het letterlijk betekent: “om doorschijnend, om “blozend”en “handsome” te zijn. God heeft de “Adamieten” naar Zijn beeld en gelijkenis ”gemaakt. Slechts Adamieten m.a.w. het blanke ras is na Gods Beeld geschapen.

Genesis 1:24-25:“En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo. En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.”

In deze verzen wordt ons verteld dat het hier gaat om andere wezen dan
mensen. Goed vertaal staat daar: ”De wezens die uit de aarde zijn.” Om dit te
begrijpen is van kardinaal belang, anders kunnen wij de gehele Schrift niet
volgen als het gaat om de uitverkiezing.

Let op: In Genesis 1:25-25. “Maakte” Dit is een ander Hebreeuws woord
(1) al het vee/makke dieren;
(2) en kruipend en wild gedierte
(3) en “wild gedierte naar hun aard” = letterlijk: De levende aardwezens”.
Het Hebreeuwse koppelteken-woord; (Gajetoo-êrês) duidt ook op een
groepsbenaming. Let wel: volgens hun aard/soort. Hier vinden wij de andere
twee hoofdsoorten of lijnen. Namelijk: Negers (volgens hun aard/soorten)
Aziërs (volgens hun aard/soorten).

Archeologisch zijn er talrijke bewijzen die ondubbelzinnig aantonen dat de
Neger en Aziërs/soorten veel ouder zijn als die van de Blanken. U beseft dat er
drie hoofdgroepen zijn namelijk, Blanke, Neger en Aziërs lijnen (Neger en
Aziërs) die elk volgens verschillende soorten gemaakt worden.
In Genesis 1:24-25 worden de andere schepsels: “Wezens uit de aarde” genoemd. Zij zijn “schepsels” van God. Hij heeft hun gemaakt, elk volgens hun soort. Daarom zijn er Zoeloes als Zoeloes gemaakt, elk soort met een bepaald doel. Daarom kan men nu zeggen dat slechts de “Adamieten” mens is (nageslacht van blank Adam), Bijbels is. God zelf noemt Adam en Eva in
Genesis 5:2 “Mensen”; maar die andere schepsels “Levende wezens” of
“Schepsels van God” Adam moest in opdracht van God (Genesis 2:19-20) aan
al die “levende wezens” namen geven; en zo hij noemde, zo zal hun naam zijn.
Let op vers 20 dat er voor Adam zelf “geen hulp” onder die levende wezend
gevonden kon worden. Daarom heeft God Eva geschapen. Let op dat God in
Genesis 1:24-25 “wezens uit de aarde” en andere scheppels “gemaakt” heeft, (in
het Hebreeuws een werkwoord); maar als Hij in Genesis 1:27 de Adam (mens)
“Creëert”, dan gebruikt Hij een ander werkwoord om een radicaal verschil aan
te duiden. M.a.w. hier heeft God iemand anders geschapen naar Zijn Beeld, en
Zijn gelijkenis (vers 26-27).

Begrijpt u de geweldige verwarring t. o. v het begrip “Mens” in de Bijbel? .
Dwars door de Bijbel (oud en nieuwe Testament) spreekt de Bijbel van “Mensen” (Hebreeuws Adam en in het Grieks Anthropos) en dan wordt door
een ieder alles wat op twee voeten loopt “mens” genoemd en dit in tegensteling
wat de Bijbels zegt. De Here Jezus zelf bidt in Johannes 17:6.”Ik heb uw naam
geopenbaard aan de mensen, (Adamieten)die Gij Mij uit de wereld gegeven
hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord
bewaard.”

Adam heeft in het Hebreeuws de grondstam ”dam”, en dit kan zelfs teruggeleid
worden naar het Babylonisch- Assyrische als ook na het Arabisch waar het
letterlijk betekent: “om doorschijnend, om “blozend”en “handsome” te zijn.
God heeft de “Adamieten” naar Zijn beeld en gelijkenis” gemaakt. Alleen de
Adamieten m.a.w. het blanke ras is naar Gods Beeld geschapen.

Verhoudingen met andere huidskleur.

In de evangelische wereld wordt er gesproken dat het voor God niets uitmaakt
welke een iemand heeft men spreekt dan van gelovigen tegenover ongelovigen
van andere volken (ongeacht huidskleur). Maar hier wordt dan slecht de helft
van een zaak gesteld. Waar van huwelijk e.a. seksuele verhouding tussen
bijvoorbeeld blank en niet-blank gesproken wordt, moet men de gehele Bijbel
onderzoeken.

Leviticus 18:22:”En gij zult geen gemeenschap hebben met een, die van het mannelijk geslacht is, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw: een gruwel is het.

Vers 23:”En met geen enkel dier zult gij vleselijke gemeenschap hebben, om u daarmee te verontreinigen; en een vrouw mag niet staan voor een dier, om daarmee gemeenschap te hebben: schandelijke ontucht is het.

Dit wordt in de Hebreeuwse taal vertaald met “Aziërs- Mongolen en Neger-rassen.

Genesis 1:25:“En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.”

Let op: in Genesis 1:24=25. “Maakte” Dit is een ander Hebreeuws woord
(a) al het vee/makke dieren
(b) en kruipend en wild gedierte
( c) en “wild gedierte naar hun aard” (soort)
letterlijk : “De levende aardwezens.” Zoals Aziërs, Mongolen en Negers Het Hebreeuwse koppelteken-woord; (Gajetoo-êrês) duidt ook op een groepsbenaming. Let wel: volgens hun aard/soort. Hier vinden wij de andere
drie hoofdsoorten of lijnen. Namelijk: Aziërs (volgens hun aard/soorten)
Mongolen (volgens hun aard/soorten). Negers (volgens hun aard/soorten)
Archeologisch zijn er talrijke bewijzen die ondubbelzinnig aantonen dat de
Neger en Aziërs/soorten veel ouder zijn als die van de Blanken. U beseft dat er
drie hoofdgroepen zijn namelijk, Blanke, Aziërs Mongool Neger lijnen (Aziër,
Mongool, Neger) die elk volgens verschillende soorten gemaakt worden.

Vergelijk dit met de Schepping van de “Mens”
Alleen de Mens (Ha-Adam) is naar Godsbeeld geschapen en is blank! En deze
Mens geschapen (Hebreeuws Barah) om over de andere rassen te heersen
Genesis 1:26:“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

Genesis 1:24-25). Let op Genesis 1:24. Lezen wij: “Dat de aarde voortbrengen
levende wezens..” Tegenover Genesis 1:26. “Laat Ons (God) mensen
(enkelvoud) Bara/genereren/voortbrengen”.

Deze “Adam/soort” kan slechts de Blanke groep zijn dus één/soortig!! Als God
(Genesis 1:26-27) Adam (het menselijk geslacht) genereert (Bara), is dit één
soort.De naam Adam krijgt hij reeds in Genesis 1:26. “Laat ons mensen maken”.
Adam = enkelvoud; doch de vertalers beseften ook dat dit een groepsbenaming
was!
Letterlijk vertaald “laat ons een begin maken….” Hier besluit Israëls God. In
vers 27 schiep de mensheid/soort = Adam. Het werkwoord (Bara) betekent: Hij
schiep iets nieuws; iets anders dan bij de andere schepselen. Let wel: Bara is
een uniek Hebreeuws woord, dat speciaal gebruikt wordt in: Genesis 1:1. Waar
God het heelal na het niets schiep; de schepping van de mens – Genesis 1:27 en
dan (Vergelijk) Gen.Lex) “Specially Israël” – Jesaja 43:1, Jesaja 43:15. Jeremia
31:22. Leest tezen teksten nauwkeurig door. A.u.b.
Dit moet genoeg aanwijzingen zijn om verder te bestuderen

Nogmaals Vers 23:”En met geen enkel dier zult gij vleselijke gemeenschap hebben, om u daarmee te verontreinigen; en een vrouw mag niet staan voor een dier, om daarmee gemeenschap te hebben: schandelijke ontucht is het.”
Volkenkundig is het bewezen dat er geen zaadvermenging kan plaatsvinden
tussen mens en bobbejaan-zaad (apen). Doch zaadvermenging tussen blank en
niet-blank kan wel plaatsvinden. Daarom deze zaadvermenging voor de Here
God absoluut een gruwel!!

Kijk eens in Gods schepping.. Alle soorten duiven zitten in dezelfde boom.Maar zij vermengen niet? Hebben wij dan minder verstand dan een duif?
Maar het belangrijkste: God heeft aan ons (Israël) de 10 Geboden gegeven. Om
welke rede zal de Almachtige God 2 van Zijn geboden gedupliceerd hebben?
Deze geboden zijn toch duidelijk’ Jij mag niet begeren (ook niet een anders man
vrouw!) Waarom zou het 7e Gebod n.l. “jij mag niet echtbreken” dat is precies hetzelfde zeggen.

Kijk nu naar het Hebreeën woord dat gebruikt wordt, dit wordt in het Engels
mooi weergegeven als: “to adulterate” A.U.B. raadpleeg een goed Engels
Woordenboek! Dit betekent namelijk om iets “onecht-te-maken te besmetten,
te verdunnen enz.”

M.a.w. worden grote vette letters bevolen door de Almachtige God: jij mag
geen zaad vermengen….Geen blanken of niet blanken, dieren, vogels, vissen
enz.!!

Wat God gemaakt heeft is zeer goed gemaakt. Geen mens heeft het recht om
enigszins daarmee te experimenteren. Het is Gods Gebod…..daarmee is niet te
onderhandelen. Alles die Israëls God aanbidden…..houden zich aan dit gebod
Dus elke homoseksueel of zaad/specie-vermenging is een gruwel voor God! Er
bestaat geen alternatief

Zoals al is opgemerkt waren Adam en Eva kinderen van het Licht, gelijkvormig
aan Gods Licht, een Licht dat om en in hun wezen staalden. Zij zijn namelijk
wit- of – blank! Adam is naar het beeld van God geschapen en lijkt op God als
een spiegelbeeld. Adam heeft in het Hebreeuws de grondstam ”dam”, en dit kan
zelfs teruggeleid worden naar het Babylonisch – Assyrische als ook na het
Arabisch waar het letterlijk betekent: “om doorschijnend, om “blozend”en
“handsome” te zijn. God heeft de “Adamieten” naar Zijn beeld en gelijkenis”
gemaakt. Slechts Adamieten m.a.w. het blanke ras is naar Gods Beeld
geschapen en ze zijn één soortig. Al de andere rassen zijn opnieuw gecreëerd in
de herschepping. Maar de ‘Mens” is een totale nieuw schepping, want dat zegt
het woord Bara = is iets nieuws, God schept de mens als iets totaal nieuws wat
er daarvoor nog nooit was geweest. Men vindt wel skeletten van de “Levende
Wezens” (hoeveel jaar oud?). Maar de mens bestaat pas 6000 jaar, dit volgens
de Bijbelse berekening

Als kenner van de oorspronkelijke Bijbetalen alleen het volgende: Vergelijkt:-
Leviticus 18:22:”En gij zult geen gemeenschap hebben met een, die van het mannelijk geslacht is, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw: een gruwel is het.”

Vers 23:”En met geen enkel dier zult gij vleselijke gemeenschap hebben, om u daarmee te verontreinigen; en een vrouw mag niet staan voor een dier, om daarmee gemeenschap te hebben: schandelijke ontucht is het.”

Dit wordt in de Hebreeuwse taal vertaald met “Aziërs- Mongolen en Neger-
rassen.

Genesis 1:25:“En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.”
Let op: in Genesis 1:24=25. “Maakte” Dit is een ander Hebreeuws woord
(a) al het vee/makke dieren
(b) en kruipend en wild gedierte
( c) en “wild gedierte naar hun aard” (soort)
letterlijk : “De levende aardwezens.” Zoals Aziërs, Mongolen en Negers
Het Hebreeuwse koppelteken-woord; (Gajetoo-êrês) duidt ook op een
groepsbenaming. Let wel: volgens hun aard/soort. Hier vinden wij de andere
drie hoofdsoorten of lijnen. Namelijk: Aziërs (volgens hun aard/soorten)
Mongolen (volgens hun aard/soorten). Negers (volgens hun aard/soorten)
Archeologisch zijn er talrijke bewijzen die ondubbelzinnig aantonen dat de
Neger en Aziërs/soorten veel ouder zijn als die van de Blanken. U beseft dat er
drie hoofdgroepen zijn namelijk, Blanke, Aziërs Mongool Neger lijnen (Aziërs,
Mongool, Neger) die elk volgens verschillende soorten gemaakt worden.
Vergelijk dit met de Schepping van de “Mens”
Alleen de Mens (Ha-Adam) is naar Godsbeeld geschapen en is blank! En deze
Mens geschapen (Hebreeuws Barah) om over de andere rassen te heersen
Genesis 1:26.
“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis,
opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en
over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de
aarde kruipt.”
Genesis 1:24-25). Let op Genesis 1:24. Lezen wij: “Dat de aarde voortbrengen
levende wezens..” Tegenover Genesis 1:26. “Laat Ons (God) mensen
(enkelvoud) Bara/genereren/voortbrengen”.
Deze “Adam/soort” kan slechts de Blanke groep zijn dus één/soortig!! Als God
(Genesis 1:26-27) Adam (het menselijk geslacht) genereert (Bara), is dit één
soort.
De naam Adam krijgt hij reeds in Genesis 1:26. “Laat ons mensen maken”.
Adam = enkelvoud; doch de vertalers beseften ook dat dit een groepsbenaming
was!
Letterlijk vertaald “laat ons een begin maken….” Hier besluit Israëls God. In
vers 27 schiep de mensheid/soort = Adam. Het werkwoord (Bara) betekent: Hij
schiep iets nieuws; iets anders dan bij de andere schepselen. Let wel: Bara is
een uniek Hebreeuws woord, dat speciaal gebruikt wordt in: Genesis 1:1. Waar
God het heelal na het niets schiep; de schepping van de mens – Genesis 1:27 en
dan (Vergelijk) Gen.Lex) “Specially Israël” – Jesaja 43:1, Jesaja 43:15. Jeremia
31:22. Leest tezen teksten nauwkeurig door. A.u.b.
Dit moet genoeg aanwijzingen zijn om verder te bestuderen

Nogmaals Vers 23:
”En met geen enkel dier zult gij vleselijke gemeenschap hebben, om u daarmee
te verontreinigen; en een vrouw mag niet staan voor een dier, om daarmee
gemeenschap te hebben: schandelijke ontucht is het.”

Maar het belangrijkste: God heeft aan ons (Israël) de 10 Geboden gegeven. Om
welke rede zal de Almachtige God 2 van Zijn geboden gedupliceerd hebben?
Deze geboden zijn toch duidelijk’ Jij mag niet begeren (ook niet een anders man
vrouw!) Waarom zou het 7e Gebod n.l. “jij mag niet echtbreken” dat is precies
hetzelfde zeggen.

Kijk nu naar het Hebreeën woord dat gebruikt wordt, dit wordt in het Engels
mooi weergegeven als: “to adulterate” A.U.B. raadpleeg een goed Engels
Woordenboek! Dit betekent namelijk om iets “onecht-te-maken te besmetten,
te verdunnen enz.”
M.a.w. worden grote vette letters bevolen door de Almachtige God: jij mag
geen zaad vermengen….Geen blanken of niet blanken, dieren, vogels, vissen
enz.!!
Wat God gemaakt heeft is zeer goed gemaakt. Geen mens heeft het recht om
enigszins daarmee te experimenteren. Het is Gods Gebod…..daarmee is niet te
onderhandelen. Alles die Israëls God aanbidden…..houden zich aan dit gebod
Dus elke homoseksueel of zaad/specie-vermenging is een gruwel voor God!

Er bestaat geen alternatief
——–oOo——-

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.