De Mens als Gods Schepping

De Mens als Gods Schepping

Diverse takken van de wetenschap hebben de mens als object van hun onderzoek. Vanuit verschillende invalshoeken tracht men het fenomeen mens te benaderen. De één tracht de mens en zijn gedrag via de weg van de psychologie te verklaren en te begrijpende ander filosofeert over de mens en zijn historische ontwikkeling of probeert via de sociologie de menselijke behoeften begrijpelijk te maken en zijn gedrag voorspelbaar.

Voor ons is echter allereerst van belang hoe de bijbel, Gods woord, de mens ziet.

De eerste vermelding van de mens in de bijbel vinden we al in het eerste boek Genesis (= oorsprong) of, zoals het in het Hebreeuws heet: Bereshit (= in de beginne). Het gedeelte in dit boek dat van de mens spreekt begint met de woorden:

Genesis 1:26:“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis.”

In het eerste gedeelte van het boek Genesis, dat ons vertelt over Gods scheppingsdaden (vers 3 t/m 27) blijkt, dat de woorden ‘laat ons maken’ alleen met betrekking tot de schepping van de mens worden uitgesproken.

De eerste vermelding van de mens in de bijbel vinden we al in het eerste boek Genesis (= oorsprong) of, zoals het in het Hebreeuws heet: Bereshit (= in de beginne). Het gedeelte in dit boek dat van de mens spreekt begint met de woorden:

Genesis 1:26:“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis.”

In het scheppingsverhaal staat echter nóg een specificatie: de vrouw wordt geschapen uit de man, ná een zekere periode. Adam moest eerst ontdekken dat hij alleen was. Dit houdt enorm veel in, wat wij nu grotendeels vergeten ebben.

*Adam is de mens die God formeerde uit stof; maar Adam alléén is slechts ’half’, zoals de Here God hem zelf laat ontdekken:

Genesis 2:20:”En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.

* Eva is de ‘andere helft’ van de mens, geformeerd uit de man; zij is dus niet uit de aarde, zoals * Adam, maar uit de man die zij completeert:

Genesis 2:22-23:“En de Here God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn

*Adam is de man, ‘ish’, Eva is de mannin, ‘isha’; samen vormen zij de mens die van God zijn ‘cultuurmandaat’ ontvangt. Deze eerste opdracht aan het eerste mensenpaar is een zegen. Net als het mandaat aan ‘de nieuwe mens’ is hier ook sprake van een mandaat, wat ook wel het cultuurmandaat wordt genoemd.

Dit omvat tweeërlei:
* Vruchtbaar zijn, talrijk worden, dus kinderen krijgen en verzorgen;
* Heersen over de schepping, deze in cultuur brengen.

Deze opdracht wordt gegeven aan ‘de mens’, dus man en vrouw samen.

Geen echtpaar is ooit zo één geweest als Adam en Eva. Men kan ook zeggen:                    geen mens is zo volkomen mens geweest als het eerste mensenpaar. Immers,
Adam zegt: ”Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees”
Met het oog op die eenheid van man en vrouw moet een man zijn vader en
moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één (soort) vlees zijn.

De mens – man en vrouw is één.

De bijbel geeft hiermee als het ware te kennen, dat de mens het hoofddoel is van het scheppingsplan. Deze positie vinden we dan ook uitgewerkt in Gods opdracht aan de mens:

Genesis 1:28:“Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.

De mens, een geroepene, een schepsel met een Goddelijke opdracht: “En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen”.

Hier moeten wij goed oppassen, hier worden géén twéé wezens mee bedoelt zoals de algemene opvatting is. Wanneer wij deze woorden in de oorspronkelijke tekst (het hebreeuws) lezen, zien wij dat voor het woord ‘mens’  hier de term “Adam” wordt gebruikt, een woord dat wij tot een eigennaam hebben gemaakt. Het woord ‘Adam’ is hier echter geen eigennaam, maar heeft de betekenis van ‘mens’, ‘mensheid’. Adamieten.

Deze ‘Adam’, de mens, is geschapen als man èn vrouw. De Hebreeuwse uitdrukking die hier wordt gebruikt, zakhar oenekevah, duidt niet zo zeer op een paar als wel op een twee-eenheid. Daarom ook de woorden ‘naar Gods beeld schiep Hij hem (enkelvoud)’. We kunnen dit gedeelte dan ook als volgt interpreteren: God schiep de mens, ‘een eenheid’, die uit een mannelijk en vrouwelijk gedeelte bestaat.

Genesis 2:18-24:“En de Here God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past. En de Here God formeerde uit de aardbodem al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels. Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten. En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste. Toen deed de Here God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees. En de Here God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is. Daarom zal een man zijn  vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot een vlees zijn.

“En zij zullen tot een vlees zijn.” Wordt gemakkelijk geïnterpreteerd dat dit gebeurd als de “mens”- man-en vrouw – geslachtsgemeenschap heeft! Maar dat is niet correct, want als zij geen geslachts gemeenschap hebben (en dat komt voor) zijn dan geen één vlees? Natuurlijk wel, we gaan terug naar ons gelezen gedeelte dan staat er dat Eva uit Adam is voortgekomen, en niet anders om, zij is dus hetzelfde vlees als Adam, nu wat betekent dit? God wilde dat zijn schepping (de mens) de aarde zou vullen met zijnbeeld en gelijkenis: “En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw
schiep Hij hen”. In de mens Adam was Eva al onzichtbaar vertegenwoordigd, dit wijst ons er meteen op dat het mens-zijn inhoudt het totaal-zijn, man en vrouw. Het gaat hier om “één-soort” God heeft maar één geslachts of zaadlijn gecreëerd, deze kennis is van kardinaal belang. De Here God zelf dit zelf bedacht en uitgevoerd, zonder maar iemand te raadplegen. De mens is het toppunt en kroon van Zijn Scheppingswerk.

“En God zeide: Laat Ons (de majesteit vorm) mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

Het Hebreeuwse woord voor de mens is Ha-adam (dit duidt op een onmiddellijke en oorspronkelijke scheppingsdaad) na de gelijkenis van die van God. Het woord gelijkenis duidt op “overeenkomst of kopie” aan. “De hele mens, lichaam en ziel, is naar het beeld van God geschapen”

Dit nog even op een rijtje:

Adam is dus als een volmaakt persoon door God geschapen (Bara in het Hebreeuws, dit betekent een totaal nieuwe schepping, iets nieuws). En God  nam uit Adam een rip waarvan Hij Eva bouwde, omdat haar vlees gelijkvormig aan die van Adam moest zijn, daarom noemt God hen dan ook één vlees. Dit is van het allergrootste belang om te weten.

De schepping van de mens is naar het beeld van God, en zijn de schepselen van het Licht hun uiterlijke beschrijving vinden we in het boek Samuel. Lees wat er van Davids wordt beschreven, bedenk wel hij is één van de voorvaderen van de Here Jezus en die wordt de tweede Adam genoemd.

1 Samuel 16:12 17:42:“Daarop liet hij hem halen. Hij nu was rossig, ook had hij mooie ogen en een schoon voorkomen. Toen zeide de Here: Sta op, zalf hem, want deze is het.”

1 Samuel 17:42:“Toen de Filistijn David in het oog kreeg en hem bezag, verachtte hij hem,
omdat hij nog jong was; rossig, schoon van gestalte.”

Adam en Eva waren kinderen van het Licht, gelijkvormig aan Gods Licht, een Licht dat om en in hun wezen staalden. Adam heeft in het Hebreeuws de grondstam ”dam”, en dit kan zelfs teruggeleid worden naar het Babylonisch- Assyrische als ook na het Arabisch waar het letterlijk betekent: “om doorschijnend, om “blozend”en “handsome = mooi – knap” te zijn. God heeft de “Adamieten” naar Zijn beeld en gelijkenis”gemaakt. M.a.w. slechts de Adamieten zijn naar het beeld van Gods geschapen.

De Adamiet is  het wezen God

Het wezen van God is een verborgenheid. Hij Wordt uitgebeeld verklaard in de
hele Schrift, in Mozes, de psalmen en de profeten. In het Nieuwe Testament is
het de Here Jezus Christus die ons de Vader toont:

Johannes 14: 8-9a:“Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg- Jezus zeide: Ben Ik zolang hij u,Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.

Hebreeën 1:3a.“Deze de Zoon is de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen.”

God gebiedt Mozes het de Israëlieten te onderwijzen en hen te gebieden het elk
volgend geslacht in te scherpen, namelijk dit:

Deuteronomium 6:1-3:“Hoor Israël: De HERE is onze God, de HERE is één! Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw zielen met geheel uw
kracht”

Dit gebod wordt door de Here Jezus geciteerd in Marcus 12:30, als het eerste gebod, Ons liefhebben van God berust dus op ons begrip van Gods wezen, namelijk dat Hij één is (Vulgata: unus, niet unicus), Alleen op grond van dit eerste gebod kunnen Wij gevolg geven aan het tweede gebod dat Jezus hierop laat volgen:

Marcus 12:31:“Gij zult uw naaste (volksgenoot) liefhebben als uzelf, Een ander gebod, groter dan deze, bestaat niet.”

Geslachtsregister- Genealogie van Jezus Christus

“Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham. Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broeders, Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram, Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon, Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai, Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria, Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa, Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia, Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia, Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia, Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap. Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel, Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor, Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud, Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan,
Mattan verwekte Jakob, Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus
geboren is, die Christus genoemd wordt. Al de geslachten dan van Abraham tot
David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap
veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus
veertien geslachten.”

Lucas 3:23-38:“En Hij, Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar, een zoon, naar men meende, van Jozef, de zoon van Eli, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Jozef, de zoon van Mattatias,
de zoon van Amos, de zoon van Naum, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai,
de zoon van Maat, de zoon van Mattatias, de zoon van Semein, de zoon van Josek, de zoon van Joda, de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiel, de zoon van Neri, de zoon van Melchi, de zoon van Addi, de zoon van Kosam, de zoon van Elmadan, de zoon van Er, de zoon van Jozua, de zoon van Eliezer, de zoon van Jorim, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Simeon, de zoon van Juda, de zoon van Jozef, de zoon van Jonan, de zoon van Eljakim, de zoon van Melea, de zoon van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David, de zoon van Isai, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, de zoon van Salma, de zoon van Nachson, de zoon van Amminadab, de zoon van Admin, de zoon van Arni, de zoon van Chesron, de zoon van Peres, de zoon van Juda, de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, de zoon van Serug, de zoon van Reu, de zoon van Peleg, de zoon van Eber, de zoon van Selach, de zoon van Kenan, de zoon van Arpaksad, de zoon van Sem, de zoon van Noach de zoon van Lamech, de zoon van Metuselach, de
zoon van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalel, de zoon van
Kenan, de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.”

Mattheüs gebruikt bij elkaar 41 namen, hij begint bij Abraham tot bij Jezus.
Getallen bijvoorbeeld 3/7=NB. Lucas gebruikt 77 namen, hij begint bij Jezus tot
aan God. Veel geleerden menen beide Mattheüs en Lucas, geeft de Geslachtsregister van Jozef? Mattheüs meent Jakob is Jozefs vader.. Correct! Lucas echter meldt Eli? Wat nu?

Het boek “Early Chrisinaity” schrijft dat beide, Mattheüs en Lucas geeft Jozefs
Geslachtsregister…niet die van Maria! Maar dit is Theologie’s foutief! Wij belijden immers de Maagdelijke geboorte van de Here Jezus. Een bisschop met de naam, Annius, heeft reeds in 1490 geloofd dat Lucas Maria’s Geslachtsregister gegeven is. De oude Afrikaanse vertaling meent “dis Jesus se Geslagsregiter”..Terecht!

Als wij o.l.v. De Heilige Geest Lucas 2:23. Dan luidt dit….. als volgt…………”Hij
was (Griekse verledentijdsvorm ± 30 jaar oud…en Hij IS (Griekse Tegenwoordige tijd) zoals velen menen, de zoon van Jozef) De Zoon van Eli – in het Hebreeuws = mijn God) Van mijn God!…en sluit af met Adam de Zoon van God! Dus Lucas begint bij God (Jezus en de Heilige Geest) en eindigt bij God. Waarin de Schrift vindt men een beter bewijs van Jezus maagdelijke geboorte dan juist hier.

Hiermee geeft Hij aan ons het onomstotelijk bewijs van Gods Genetische Geslachtslijn op aarde…en N.B. ons Eeuwig Kindschap van God. Daarom dat de
Here Jezus altijd Zichzelf -De Zoon des Mensen (Hebreeën – Ha-Adam) noemt.

Verschillende Bijbelvertalingen erkent in vers 23 bovengenoemde deel tussen
haakjes moet komen. De Staten vertaling leest: (“alzo men meende”).

——–oOo———

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.