Ik wil iets zeggen over de Bijbel in zijn geheel met betrekking tot Israël.

Ik wil iets zeggen over de Bijbel in zijn geheel met betrekking tot Israël

Door

kolonel G.J. van Loon

Inleiding

Ze worden wel genoemd “het volk van het Boek”, maar omgekeerd is ook de Bijbel “het Boek van het volk”. De openbaring van de Bijbel is meegedeeld aan Israël. De Bijbel is geschreven door Israëlieten en voor Israëlieten. Het Nieuwe Testament is eveneens door Israëlieten geschreven. Evenals Israël is de Bijbel uniek. Hij is uitzonderlijk en eeuwig, het oudste Boek ter wereld, het verst verspreide Boek, dat de eeuwen door niets van zijn zeggingskracht heeft verloren. Er zijn misschien enkele veel minder belangrijke oude geschriften, maar die zijn nog maar kort geleden aan het licht gekomen en ontcijferd. Boven¬dien zijn deze alleen toegankelijk voor enkele geleerden en niet voor het grote pu¬bliek. Hét Boek kan echter door vele duizenden mensen gelezen worden in de oorspronkelijke talen.

Wie zijn Israëlieten?

Telkens weer probeer ik vrienden te overtuigen van het belang van “eerst de Israëliet”. Eén van de moeilijkst te leren lessen is de belangrijkste dingen de eerste plaats te geven. Ieder die Gods Woord kent van Genesis tot Openbaring, moet tot de overtuiging komen, dat de hele Bijbel de nadruk legt op “eerst de Israëliet” en dit is de regel die God wil dat we in toepassing brengen in ons persoonlijk leven. Waar ook maar Gods kinderen Zijn bevel gehoorzamen, dalen rijke zegeningen op hen neer. Men kan zich nauwelijks voorstellen, hoe glori¬eus de geschiedenis van de Ekklesia van de Gezalfde Koning van Israël zou geweest zijn, als zij Israël de eerste plaats had gegeven. Ik kom steeds weer op dit onderwerp terug om onze vrienden te waarschuwen, dat ze zich niet moeten laten misleiden door de welsprekendheid van bepaalde predikers en pro¬fessoren, die ons willen doen geloven, dat Israël als volk voor God hebben afge¬daan of dat het bevel “eerst Israël” voor christenen van onze tijd niet meer geldt. Deze godgeleerden zijn heel handig in het uit hun verband rukken van bijbelteksten om daarmee alles te bewijzen, wat ze ons willen aanpraten. Ze vervangen de eeu¬wigblijvende en onveranderlijke waarhe¬den van de Schrift door hun eigen denk¬beelden. Als de Bijbel zegt: “EERST”, dan bedoelt hij ook “EERST”. Maar deze theologen willen ons doen geloven, dat dit heel speciale “eerst” betekent: “het laatst” of, dat het in het geheel geen betekenis heeft.

In de grond van de zaak willen ze eenvou¬dig niets weten van de gedachte de verloren schapen van het huis van Israël het Evangelie te brengen. Ze zeggen: “De heidenen moeten eerst tot Christus komen”. We zullen niet met hen in dispuut gaan. Je kunt hun niet vanuit de Bijbel be¬wijzen, dat ze ongelijk hebben, omdat ze in werkelijkheid de Bijbel niet geloven. Zij geloven alleen de gedeelten die ze willen geloven. Maar deze vrijdenkers zijn niet onze grootste zorg. Ze hebben nooit belangstelling gehad voor evangelieverkondiging onder de 10 Stammen van Israël = “Verloren schapen van het Huis van Israël”.

“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israels. Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet. (Mattheüs 10:5-8).

Wat ons wel zorgen baart, is, dat sommige predikanten en leraren van onze bijbelscholen en gemeenten niet houden van de gedachte “eerst Israël”. Waarom niet?

Ik weet het werkelijk niet. Misschien is het, omdat ze niet van Israël houden. Deze goede mensen zijn volkomen bereid zendelingen naar heidenlanden te sturen, vanwaar ze enthousiaste verslagen ontvangen. Als iemand deze goe¬de predikers wijst op Gods eeuwig bevel “eerst Israël”, zullen ze uitspraken van theologen aanhalen die zeggen, dat Israël voor God heeft afgedaan; omdat de (Joden) Christus hebben verworpen, heeft God hen verworpen. De consequentie is, dat de Israëlieten geen recht op voorrang meer hebben en niet langer “het uitverkoren volk” zijn. Als je hun 100 bijbelteksten aanwijst die bewijzen dat God Zijn volk Israël niet heeft verstoten, wat de apostel Paulus zo nadrukkelijk verklaart, nemen ze hun toevlucht tot de oude truc van hier en daar een woord uit de Bijbel aan te halen en deze handig te combineren tot een mengelmoes die schijnbaar duidelijk de leer van Jezus, van Paulus en van al de profeten weerlegt.

Ik ben niet zo knap als deze theologen en daarom moet ik me houden aan de eenvoudige woorden van de Schrift. Tussen twee haakjes, is het u al eens opge¬vallen, dat als u Israël uit de Schrift weglaat, u geen Bijbel meer overhoudt!

Het volk Israël

Waarom heeft God Israël als Zijn volk gekozen? Dat is een oude kwestie. Waar¬om heeft Hij hen niet verworpen, toen zij zo dikwijls gezondigd hadden? Ook dat is een oude kwestie. En het enige afdoende antwoord is, dat God hen als Zijn uitver¬koren volk heeft WILLEN HEBBEN. En dat is genoeg. Hij weet wat Hij wil en Zijn wil wordt volbracht. Waarom heeft Hij gezegd: “Eerst de Judeër”?

Waarom openbaarde Hij Zich allereerst aan Israël
Waarom zond Hij al de profeten allereerst tot Israël
Waarom kwam Jezus allereerst tot de Zij¬nen, tot Israël

Als iemand in staat is u de juiste verklaring te geven van al de geheimen van het heelal, zal hij misschien ook dit mysterie kunnen ophelderen. Maar u, ook al bent u een groot professor, een belangrijk gezagheb¬bend persoon, u kunt de woorden “eerst Israël” niet uit de Bijbel weghalen evenmin als andere woorden die u niet begrijpt of die u niet aanstaan. Het probleem “Israël” speelde al een rol in de eerste christenge¬meente. In de hoofdstukken 9, l. en 11 van de brief aan de Romeinen neemt Paulus de taak op zich om Gods relatie tot Israël te verklaren, dat God hen gekozen heeft, hen heeft verworpen en weer tot hen zal terugkeren. Paulus’ hoofdthema is evenals dat van al de oudtestamentische profeten, dat hoewel Israël gefaald heeft, Gods Woord faalt niet. Zijn handelen met Israël is één van de grote geheimen van de wereld. De Schepper en Bestuurder van het heelal WILDE een volk hebben dat als medium zou fungeren voor Zijn openbaring aan de mensheid. Hij koos Abraham en diens nakomelingen, die we nu kennen als “Israël”. Waarom koos de Here dit bijzondere volk? Ziet Hij de persoon aan? Houdt Hij er een “vriend¬jespolitiek” op na? Zulke vragen zijn de eeuwen door herhaaldelijk gesteld. Waarom? Een zeer ernstige vraag: “WAAROM!”

Natuurlijk is het eenvoudigste en beste antwoord: “Omdat God het zo heeft gewild!” En wie zijn wij om de Schepper te vragen:”waarom en waartoe?”

Toch heeft dit mysterie menig goede christen in verwarring gebracht met als resultaat allerlei verkeerde conclusies, zoals:”omdat Israël gefaald heeft om Gods bedoeling met hen als uitverkoren volk ten uitvoer te brengen, heeft Hij hen aan hun lot overgelaten en een andere keus gedaan”. Men zegt daarmee:”eens heeft God een speciale voorliefde gehad voor Israël en hen buitengewoon begunstigd, maar later realiseerde Hij Zich, welk een slechte keus Hij gedaan had en Hij dankte hen af en verwierp hen”.

Deze gedachte is, zo niet godslasterlijk, buitengewoon kinderlijk! En toch wordt ze door vele overigens weldenkende mensen, gehuldigd Het is niet om hun uitzonderlijk goede eigenschappen en verdiensten, dat God Israël uit al de volken uitkoos. In feite vermeldt de Bijbel nauwelijks een enkele goede eigenschap van dit volk, meestal juist hun slechte eigenschappen (zie Deuteronomium 7:7-8). Hij koos één volk en dwong hen zich te laten trainen, waardoor zij geschikt zouden worden om Gods plan tot redding van de gevallen kinderen van Adam ten uitvoer te brengen (Jesaja 43:21).

Zij kwamen echter dikwijls in verzet en weigerde “uitverkoren” te zijn, maar God wilde hen niet hun eigen gang laten gaan.

Ezechiël 20:32:”
En wat in de zin gekomen is, zal geenszinds geschieden, namelijk dat gij zegt: wij willen aan de volken gelijk worden, gelijk aan de geslachten der landen door hout en steen te dienen”.

Een bijzonder volk

Ze wensten geen bijzonder, geen uitgele¬zen volk te zijn, omdat zij voelden, dat ze daardoor blootgesteld zouden zijn aan de haat en nijd van andere volken – wat ook werkelijk het geval is geweest – en dat ze extra zorgvuldig zouden moeten zijn in al hun doen en laten. Ze zouden voortdu¬rend moeten laten zien, dat ze uitverkoren waren. Het uitverkoren volk van God te zijn betekende een zeer gedisciplineerd leven leiden, afzien van vele “vreugden” van het leven en beperkt worden door honderden “gij zult’s” en “gij zult niet’s”.

Lucas 12: 48. “Van een ieder wie veel gegeven is, zal veel geëist worden.”

Amos 3:2 “U alleen heb ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken.”

Israël wilde zijn als andere volken, wier goden over het algemeen zeer tolerant waren en hun aanbidders toestonden alle lusten van het vlees te bevredigen en geen beperkin¬gen stelden aan hun vraatzucht, hun bras¬serijen en het bedrijven van sex. God dwong hen telkens weer in training te blij¬ven in Zijn leerschool, omdat ze nog niet genoeg geleerd hadden om hun taak ten volle te vervullen.

Nee, Israël heeft voor God niet afgedaan ten spijt van alles wat menig theoloog ons wil doen geloven. Ook deze theologen moeten nog hun laatste les leren, de les dat de Verlosser van Israël, Die ook de Verlosser is van de hele wereld, en Hij leeft! En dan, als zij hun laatste les hebben geleerd, zullen ze ten volle bekwaam zijn om aan hun roeping voor wereldwijde evangelisa¬tie te beantwoorden. Wat God voor Zijn volk heeft gedaan – hun de wet geven, profeten tot hen zenden, machtige wonderen onder hen verrichten, hen lijden laten on¬dergaan, ze verstrooien onder de volken en ze wonderlijk bewaren de eeuwen door -is zeer zeker niet tevergeefs geweest. Het heeft alles gediend om dit zeer bijzondere volk voor te bereiden op zijn unieke roeping.

Ik wil nog eens de aandacht van mijn lezers vestigen op het feit dat de vraag: “Hebben de Israëlieten voor God afgedaan?” Al ten tijde van de apostelen werd gesteld. In Romei¬nen 11:1 beantwoordt Paulus deze vraag met een nadrukkelijk “Volstrekt niet!” Dat zou voor altijd afdoende hebben moeten zijn, maar sommige hooggeleerde heren schijnen zichzelf boven de apostelen te plaatsen en verklaren in hun overmoed: “Wij weten beter: God heeft Israël absoluut totaal afgeschreven”. En het tragi¬sche is, dat vele onwetende christenen lichtgelovig genoeg zijn om dit kinderlijk gepraat te accepteren! Ik zou u willen aan¬sporen, de merkwaardige hoofdstukken, Romeinen 9, 10 en 11, nog eens aandachtig door te lezen en daarbij de Heilige Geest toe te laten te spreken tot uw hart.

Zacharia 2:8. “Want, zo zegt de Here der heerscharen, wiens heerlijkheid mij gezonden heeft, aangaande de volken die u uitgeplunderd hebben want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan.”

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.